Spring naar inhoud

Inleiding

Inleiding

Vraag een willekeurige Nederlander naar de geschiedenis van Drenthe en de kans is groot dat het woord ‘hunebedden’ snel ter sprake komt. De Wikipedia-pagina van Drenthe geeft de provincie de twijfelachtige eer een bekendere prehistorie dan historie te hebben.1 Strikt genomen was Drenthe daadwerkelijk pas een provincie sinds 1814. Voorheen viel het formeel gezien eerst onder het gezag van de bisschop van Utrecht en later dat van de Staten-Generaal. Drenthe speelde tijdens de Tachtigjarige Oorlog geen doorslaggevende rol en het landschap werd afwisselend door Spaanse en Nederlandse troepen bezet en geplunderd. Het verhaal over de rijkdom van de ‘Gouden Eeuw’ staat traditioneel dan ook niet bekend als het verhaal van Drentse rijkdom. De hernieuwde aandacht die de laatste twee decennia is gekomen voor het Nederlandse koloniale verleden, de slavernij die hiermee gepaard ging en het geld dat hieraan werd verdiend, richtte zich in eerste instantie dan ook op andere plekken. Meerdere Nederlandse provincies en steden hebben inmiddels onderzoek laten doen naar hun eigen connecties met het Nederlandse slavernijverleden. Hoewel het voor de hand ligt dat er in bijvoorbeeld Amsterdam of Zeeland genoeg te vinden is, leverde onderzoek naar historische sporen van slavernij in provincies als Friesland, Groningen en Gelderland ook verrassend veel resultaten op.2

Ons onderzoek naar Drentse connecties met het slavernijverleden moet in deze context worden gezien. Drenthe was namelijk niet geïsoleerd van de wijdere wereld en ook niet van de kennis- en handelsnetwerken die door slavernij en kolonialisme ontstonden. Drenten bekleedden functies in de Verenigde Oost-Indische (VOC) en West-Indische Compagnie (WIC), leverden slachtvee en gefabriceerde zeildoeken aan deze organisaties, hadden aandelen in plantages, handelden in koloniale waren en spraken zich uit over de (on)wenselijkheid van slavernij. Andersom had slavernij in de overzeese koloniën ook impact op het karakter van de provincie zelf. Zo kwam het vereiste kapitaal voor Drentse veenontginning vaak van buiten Drenthe en was het voor een deel vergaard met slavernij. In de vaak geroemde Drentse koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid werden in de negentiende eeuw Nederlandse armen blootgesteld aan een onvrij regime dat veel gelijkenissen vertoonde met het koloniale beleid dat ontwerper Johannes van den Bosch voerde in Suriname, de Antillen en op Java.

We probeerden met ons onderzoek in kaart te brengen wat voor historische connecties er te vinden zijn tussen Drenthe en het Nederlandse slavernijverleden. Hierbij hebben we het begrip ‘Drents’ relatief ruim gedefinieerd. Een Drent hoeft niet per se in Drenthe geboren te zijn. De predikant Johan Picardt was bijvoorbeeld niet in Drenthe geboren en was er pas later in zijn leven gaan wonen. Desondanks heeft hij met zijn geschriften een belangrijke bijdrage geleverd aan de Drentse geschiedenis. De predikant Cornelis van Schaick is geboren en overleden in Amsterdam. In de tussenliggende periode heeft hij enkele jaren gewoond in Hollandscheveld en Dwingeloo voordat hij vertrok naar Suriname in 1852. Gedurende zijn verblijf in Drenthe heeft hij een betekenisvolle invloed gehad, mede door zijn schrijfwerk voor de Drentsche Volksalmanak en zijn aantekeningen die later zijn gebruikt voor het samenstellen van het Woordenboek van het Drents van Dwingelo uit 1996. Beide historische figuren zijn dan ook terug te vinden op de website Geheugen van Drenthe.3

De bevindingen uit dit rapport zijn gebaseerd op een combinatie van literatuuronderzoek en archiefonderzoek in het Drents Archief en het Nationaal Archief in Den Haag. We hebben ervoor gekozen niet uitsluitend de focus te leggen op rechtstreekse connecties met slavernij, maar ook aandacht te geven aan de koloniale structuren en de wijdere kennis- en handelsnetwerken die erdoor mogelijk gemaakt werden. Afgezien van deze financiële en materiële dimensies kijken we ook naar de mentale dimensie van het slavernijverleden. In hoeverre was men in Drenthe zich van het fenomeen slavernij bewust? Zijn er in de geschiedenis Drenten te vinden die zich erover uitgesproken hebben?

De richtlijnen van de publicatie Words Matter zijn gevolgd met betrekking tot de woordkeuze. Daarom wordt in dit rapport de term ‘slaafgemaakt’ gebruikt wanneer we het hebben over mensen die in slavernij werden gehouden door een ander. Koloniale en racistische terminologie zijn uitsluitend terug te vinden wanneer het gaat om een citaat of de zelf gekozen naam van een publicatie of organisatie.4  Om dezelfde reden worden termen als ‘Oost-Indië’, ‘West-Indië’ of ‘Nederlands-Indië’ zoveel mogelijk vermeden. Dit zijn koloniale geografische indelingen, die geen recht doen aan het karakter van deze verschillende gebieden. In plaats van ‘West-Indië’ spreken we wanneer deze gebieden ter sprake komen van de voormalige Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika, Suriname, het Caribische gebied, de Antillen, Noord-Amerika of het Atlantische gebied. En in plaats van ‘Oost-Indië’ gebruiken we termen als Zuid-Afrika, Zuidoost Azië of de Indonesische archipel.

In dit rapport verstrekken we waar het mogelijk is een indicatie van de koopkracht van iemands vermogen, de waarde van aandelen in plantages, of van uitgekeerde compensaties. Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van de conversietool van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) die historische waardes van guldens omrekent naar hedendaagse bedragen in euro’s. Inmiddels is deze conversietool door het IISG opgeheven, aangezien de onderliggende dataset waarmee de equivalenten in koopkracht werden berekend te fragmentarisch waren.5  Dit maakte de resultaten van de conversietool te ongenuanceerd. Desondanks hebben we er voor gekozen om de omgerekende bedragen te laten staan. Deze bedragen geven een indicatie van (en gezien de fragmentarische aard van de onderliggende dataset kan het niet als meer dan dat gezien worden) een bedrag in euro’s dat in 2021 een vergelijkbare koopkracht zou hebben gehad.

In de eerste twee hoofdstukken behandelen we wat onze zoektocht naar individuele Drenten in dienst van de WIC, de VOC en het Nederlandse koloniale gezag in de negentiende eeuw heeft opgeleverd. Het derde hoofdstuk bespreken we de Drenten waarvan we hebben kunnen achterhalen dat ze aandelen hadden in plantages, of zelf slavenhouder zijn geweest overzee. De Maatschappij van Weldadigheid en hun verwevenheid met slavernij en kolonialisme overzee komen in hoofdstuk vier aan de orde. Hoofdstuk vijf laat een aantal voorbeelden zien van indirect profijt van slavernij in Drenthe. Hierna zal in hoofdstuk zes ingegaan worden op voorbeelden van prominente Drenten die zich voor of juist tegen de slavernij hebben uitgesproken. Ten slotte bespreken we in hoofdstuk 7 de doorwerking van het slavernijverleden.

In dit rapport brengen we in kaart wat voor historische connecties te vinden zijn tussen de provincie Drenthe en het Nederlandse slavernijverleden. Sommige van deze connecties zijn al door eerdere historici beschreven. Andere connecties ontdekten we tijdens ons eigen onderzoek. Beiden zullen in dit rapport voorkomen. We willen benadrukken dat we met onze bevindingen niet de pretentie hebben het laatste woord te hebben gezegd over het onderwerp. Het is een inventarisatie van bestaande historische kennis, aangevuld met een aantal gerichte verkenningen die we zelf hebben gedaan. Samen met de onderzoeksgids slavernijverleden zou dit rapport moeten dienen als springplank voor iedereen die aan de slag wil gaan met vervolgonderzoek. Want wanneer we het hebben over het Nederlandse slavernijverleden, hebben we het over een geschiedenis die zich over drie eeuwen en vijf continenten heeft afgespeeld. We hebben het over een geschiedenis waarin miljoenen mensen zijn ontvoerd en hun menselijkheid is ontnomen. We hebben het over een geschiedenis van globale handelsnetwerken en immense vergaarde rijkdom. En niet in de laatste plaats gaat het over een doorwerking tot aan de dag van vandaag, in zowel de financiële, materiële als mentale opzichten. Drentse verwevenheid met deze geschiedenis kan in al deze periodes, plekken en dimensies worden onderzocht.

Helaas is het ook een geschiedenis waarvan het bronnenmateriaal hoofdzakelijk door witte handen is geschreven. Hoewel dit bronnenmateriaal waardevol is voor wie meer te weten wil komen over de betrokkenheid van witte Drenten met slavernij, blijft het stil over de levens, daden, gedachten of gevoelens van de mensen die tot slaaf waren gemaakt en generaties lang in slavernij werden gehouden. Aangezien dit rapport een eerste verkenning is binnen datzelfde bronnenmateriaal, zal dit rapport helaas hetzelfde manco hebben. Om deze stilte te doorbreken zal het nodig zijn om in toekomstig onderzoek andere bronnen te doorzoeken en andere onderzoeksmethodes te hanteren. Genealogisch onderzoek en oral history kunnen hierin een belangrijke rol spelen.

In het archiefwezen worden belangrijke stappen gezet met betrekking tot het scannen, transcriberen en doorzoekbaar maken van grote hoeveelheden archiefmateriaal dat voorheen veel tijd en moeite vereistte om te bestuderen. Dit verlaagt de drempel voor toekomstige onderzoekers om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Dit kan nieuwe perspectieven opleveren over een oud, maar nog steeds springlevend onderwerp.

Kwetsend taalgebruik en terminologie

Koloniale archieven zitten vaak vol termen en denkbeelden die we nu als bijzonder kwetsend beschouwen, zoals beledigende omschrijvingen van personen uit bepaalde etnische en culturele groepen. Het Drents Archief is de bewaarplaats van archieven. Wij kunnen én mogen de teksten van de archiefstukken niet aanpassen, omdat dan de historische werkelijkheid wordt aangetast. Wel kunnen én willen wij waarschuwen, dat er beledigend taalgebruik aangetroffen kan worden in archiefstukken, maar ook in bepaalde oudere inventarissen (bron: Nationaal Archief).

1 Wipikedia, Geschiedenis van Drenthe 
2 Barbara Henkes, Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. Groningen: Uitgeverij Passage, 2011.; Barbara Henkes, Lieuwe Jongsma, Margriet Fokken, Sporen van het slavernijverleden in Groningen. 4e herziene druk. Groningen: Uitgeverij Passage, 2024.; Aschwin Drost, Barbara Esseboom e.a., Sporen van slavernijverleden in Gelderland. Erfgoed Gelderland, 2023.
3 “Johan Picardt”, Geheugen van Drenthe, 25-01-2025; “Cornelis van Schaick”, Geheugen van Drenthe, 25-01-2025.
4 “Words Matter”, Amsterdam Wereldmuseum, 01-02-2025.
5 “Waarde van de gulden versus de Euro”, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, 03-07-2024.