Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Papier met tekst: register van publieke vrouwen in de gemeente Assen

Seksualiteit

Introductie

Tot de tweede helft van de twintigste eeuw werden seksualiteit en voortplanting nog sterk gereguleerd door sociale normen en religieuze waarden. Seks werd gezien als iets dat binnen het huwelijk plaatsvond en was primair bedoeld om kinderen te krijgen. Voorbehoedsmiddelen waren schaars en taboe, en seksuele voorlichting bestond nauwelijks. Met de introductie van de anticonceptiepil in de jaren zestig en de opkomst van vrouwenbewegingen veranderde de kijk op seksualiteit. Vrouwen kregen meer controle over hun eigen lichaam en seks werd losgekoppeld van het idee dat het primair bedoeld was voor voortplanting.  

In dit hoofdstuk lees je meer over de invoering van de Zedelijkheidswet, publieke vrouwen, geboortebeperking, de seksuele revolutie en abortus provocatus. Daarnaast worden relevante archieven van het Drents Archief en andere archiefinstellingen genoemd, die voor verder onderzoek geraadpleegd kunnen worden.  

4.1 Zedelijkheidswet

Onder invloed van confessionele politieke partijen werd in 1911 de Zedelijkheidswet ingevoerd. Deze wet verbood onder andere de verkoop van voorbehoedsmiddelen, bestrafte het plegen van abortus zwaarder, verbood bordelen en prostitutie, beperkte homoseksuele relaties en verbood het vervaardigen en verspreiden van pornografie. Het doel van deze wet was om de seksuele moraal van de bevolking te handhaven. In het Secretariearchief gemeente Assen en de Gemeente Politie Assen liggen bronnen over de Zedelijkheidswet. Raadpleeg het Drents Archiefnet voor provinciebreed onderzoek.  

4.2 Publieke vrouwen

Onder de Franse overheersing werd prostitutie in 1811 volledig gelegaliseerd en gereglementeerd. Hierdoor waren prostituees en bordelen verplicht zich te laten registeren bij de gemeentepolitie. Daarnaast moesten publieke vrouwen zich medisch laten keuren door een politiechirurgijn om verspreiding van venerische ziektes tegen te gaan. De vrouwen moesten zich één tot tweemaal per week laten controleren.  

Na het vertrek van de Fransen in 1813 was er echter onduidelijkheid over de handhaving van deze regels. In sommige steden, zoals Amsterdam, werd de registratieplicht door de politie op eigen houtje voortgezet, maar in veel andere plaatsen lieten gemeentebesturen het systeem los. De samenleving, en dan met name de gegoede burgerij, beschouwde de prostitutie echter als schandelijk en gevaarlijk voor de publieke gezondheid en pleitte voor strengere maatregelen. 

De toegenomen macht van gemeentebesturen na de staatshervorming van 1848 leidde ertoe dat steden steeds vaker eigen regels en wetten opstelden, ook rondom prostitutie. In 1851 nam de rijksoverheid in de nieuwe Gemeentewet een artikel op waarin stond dat de burgemeester verantwoordelijk was voor de regulering van prostitutie. In de hierop volgende jaren gingen 24 gemeenten over tot nieuwe of gewijzigde reglementering aangaande prostitutie. De verordeningen op prostitutie zijn terug te vinden in de gemeentearchieven. Het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) heeft een collectie verordeningen op prostitutie in Nederland. In deze gedigitaliseerde collectie zijn van verschillende gemeenten de regel- en wetgeving over prostitutie te vinden. 

In het Drents Archief vind je een Verordening met betrekking tot het toezicht op de publieke vrouwen en de openlijke huizen van ontucht uit 1861. Aan de Rolderstraat in Assen was destijds een publiek huis gevestigd, waar publieke vrouwen uit zowel Drenthe als andere provincies werkten. Het bordeel werd bestierd door het echtpaar Jacob Abraham van Kleef en Zwaantje Wilter. Van Kleef behandelde de vrouwen zeer slecht. In 1869 werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf nadat hij Anna Bleeker, een van de vrouwen, zwaar had mishandeld. 

Verordening met betrekking tot het toezicht op de publieke vrouwen en de openlijke huizen van ontucht, 1861
Verordening uit 1861

Eind negentiende eeuw woedde in Nederland een strijd tegen prostitutie, en verschillende organisaties pleitten voor een totaalverbod. Een van deze organisaties was de Nederlandsche Vrouwenbond ter Verhooging van het Zedelijk Bewustzijn. De Bond, die enkel bestond uit vrouwen, zag prostitutie als een ernstige vorm van vrouwenonderdrukking en beschouwde prostitutie als een teken dat de samenleving was vervallen. De bond keerde zich actief tegen prostitutie, waarbij het redden van vrouwen en meisjes die in de prostitutie waren beland en het herstellen van normen en waarden centraal stonden. Archiefmateriaal over de Bond is te vinden in verschillende archieven. Raadpleeg hiervoor archieven.nl.  

Aan het einde van de negentiende eeuw sloten bordelen steeds vaker, waardoor prostituees manieren zochten om zelfstandig te werken, door bijvoorbeeld klanten thuis te ontvangen of op straat te werken. Hierdoor verdween de prostitutie grotendeels uit het zicht van het openbare leven, waardoor het moeilijker terug te vinden is in het archief. Daarbovenop verbood de Zedelijkheidswet vanaf 1911 de prostitutie en het houden van bordelen. Prostitutie bleef echter bestaan, maar in minder zichtbare vormen en onder strengere controles. 

Waar zijn bronnen over publieke vrouwen te vinden in het (Drents) Archief?

Bevolkingsregisters 

In het bevolkingsregister en op de akten van de burgerlijke stand staat vermeld welk beroep iemand uitoefende. Zoektermen waarop gezocht kan worden zijn: ‘publieke vrouw’, ‘publieke meid’ of ‘publiek meisje’. Bij sommige genealogische zoekmachines kun je gebruikmaken van het procentteken (%). Zo laat de zoekopdracht %publieke vrouw een overzicht zien van vrouwen die in de prostitutie werkten. Deze wildcard kun je ook combineren met de asterisk (*). Let op! Soms gaven vrouwen zichzelf op als dienstbode of werkvrouw. Dit was ook het geval in Assen. Controleer daarom altijd meerdere bronnen wanneer je onderzoek wilt doen naar publieke vrouwen in het archief. 

Tip! Als je in het bevolkingsregister een adres vindt waar zowel een tapper of tapster als meerdere publieke vrouwen staan ingeschreven, kan het zijn dat je te maken hebt met een speelhuis of bordeel.  

Archieven van de gemeentepolitie

In de archieven van de gemeentepolities zijn veel bronnen te vinden over prostituees. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw gold in de meeste gemeenten in Nederland een registratieplicht voor prostituees en bordelen. De registratie vond plaats bij de desbetreffende gemeentepolitie. In het Drents Archief, Erfgoed Leiden en Omstreken, Streekarchief Midden-Holland, Stadsarchief Breda, Historisch Centrum Overijssel, Stadsarchief Rotterdam en het Regionaal Historisch Centrum Limburg zijn registers van publieke vrouwen te vinden.  

Hoewel de inhoud van de registers per gemeente kan verschillen, bevatten deze bronnen over het algemeen persoonlijke gegevens zoals naam, leeftijd, en een omschrijving van de uiterlijke kenmerken. Daarnaast worden vaak de woonplaats, plaats van herkomst, en details over hun werkomstandigheden vermeld, zoals bij wie en waar ze in dienst waren. Soms is in de registers ook informatie te vinden over het welzijn van de vrouwen, of zij bijvoorbeeld een geslachtsziekte hadden opgelopen of waren opgenomen in een gasthuis.  

In sommige archieven van de gemeentepolities zijn rapporten te vinden over de naleving van de regels aangaande prostituees en bordelen. Daarin worden soms ook de controles op geslachtziekten genoemd.   

Tot slot kwamen prostituees en bordeelhouders vaak in aanraking met de politie. De dag- en nachtrapporten en proces-verbalen van gemeentepolities zijn dan ook interessante bronnen om te raadplegen.  

Let op! De registers zijn niet altijd betrouwbaar. Soms worden namen verkeerd gespeld of door elkaar gehaald. Het is dan ook aan te raden om de registers in combinatie met de dag- en nachtrapporten, de registers van de burgerlijke stand en de bevolkingsregisters te raadplegen. Hiermee krijg je een completer beeld van prostitutie in de desbetreffende stad of gemeente.  

Papier met tekst: register van publieke vrouwen in de gemeente Assen
Pagina uit register van publieke vrouwen van de gemeente Assen, 1860

Register van Publieke Vrouwen in de gemeente Assen, 1860

Geneeskundige diensten 

Vrouwen die werkzaam waren in de prostitutie moesten zich regelmatig laten controleren door een arts. Dit systeem werd ingevoerd om de verspreiding van syfilis en andere seksueel overdraagbare aandoeningen te beperken, vooral onder militairen. Zo ligt in het Drents Archief een register van aantekeningen te vinden, opgemaakt door een dokter die verantwoordelijk was voor het controleren van publieke vrouwen op geslachtsziektes.    

Rechtbankarchieven  

Publieke vrouwen en bordeelhouders kwamen vaak in aanraking met het strafrecht, vooral na de invoering van het bordeel- en prostitutieverbod in 1911. Ook vóór 1911 kwamen publieke vrouwen in aanraking met de rechter. Zo was prostitutie verboden voor meisjes jonger dan 21 jaar, en was het mishandelen van prostituees en het dwingen van vrouwen tot prostitutie strafbaar.  

In het vonnisregister van het Drents Archief kan gezocht worden op naam. Dit is vooral interessant wanneer je een naam hebt gevonden van een publieke vrouw en op zoek bent naar meer informatie over haar. In het vonnisregister zijn aan elke naam een toegangs-, inventaris- en vonnisnummer gekoppeld, waarmee je het vonnis van de rechter kunt vinden. Een groot aantal strafvonnissen uit de negentiende eeuw is inmiddels gedigitaliseerd en online te raadplegen. De strafvonnissen die nog niet zijn gedigitaliseerd kunnen op de studiezaal van het Drents Archief doorzocht worden. In het hoofdstuk Misdaad en straf van de studiegids voor stamboomonderzoek is een uitgebreide uitleg te vinden over het raadplegen van rechtbankarchieven.  

Tijdschriften, advertenties en pleziergidsen 

Artikelen, advertenties en aankondigingen over bordelen en publieke vrouwen werden vaak gepubliceerd in lokale kranten. In tijdschriften zoals De Zwarte Kat en Pan uit de jaren twintig en dertig adverteerden prostituees bijvoorbeeld openlijk hun diensten. Kranten bieden daarnaast een inkijkje in hoe de maatschappij naar prostitutie keek en hoe het debat zich over dit onderwerp ontwikkelde. In de late negentiende eeuw verschenen ook zogenaamde pleziergidsen. Deze gidsen bevatten informatie over de locaties van publieke vrouwen en bordelen in een stad, de prijzen van hun diensten en beschrijvingen van de etablissementen. Hoewel deze gidsen een waardevolle historische bron vormen, zijn ze zeldzaam en niet altijd volledig. 

4.3 Geboortebeperking

In 1881 werd in Nederland de Nieuw-Malthusiaanse Bond (NMB) opgericht. De Bond had een economisch doel en richtte zich op het tegengaan van overbevolking. Door middel van voorlichting en het verstrekken van voorbehoedsmiddelen probeerde de NMB de bevolkingsgroei te beperken, in de overtuiging dat dit de welvaart van de samenleving zou vergroten. De naam van de NMB werd in 1946 gewijzigd in Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH). Archiefstukken van de NMB en NVSH zijn te vinden in het Rotterdams Stadsarchief en het IISG.  

Tip! Wil je meer weten over de Nieuw-Malthusiaanse Bond? Op de website van het IISG is een digitale tentoonstelling beschikbaar over de invoering van geboorteregeling tussen 1870 en 1940.  

Een prominent lid van de NMB was Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste vrouwelijke huisarts in Nederland. Jacobs verstrekte in haar praktijk in Amsterdam naast medische zorg ook informatie over geboortebeperking. Ze geloofde dat vrouwen het recht hadden om zelf te bepalen hoeveel kinderen ze wilden en wanneer. In 1882 introduceerde zij het pessarium in Nederland, een anticonceptiemiddel dat net was ontwikkeld door de Duitse arts Wilhelm Mensinga.  

Van 1901 tot 1912 was feministe Maria Wilhelmina Hendrika Rutgers-Hoitsema (1847- 1934) voorzitter van de NMB. Haar echtgenoot, Jan Rutgers (1850–1924), was lange tijd secretaris van de Bond en speelde een belangrijke rol binnen de organisatie. Rutgers was arts en volgde het voorbeeld van Aletta Jacobs door in zijn praktijk speciale spreekuren over geboortebeperking te houden. Hij verstrekte pessaria, voerde actie tegen de strafbaarheid van abortus en homoseksualiteit, en organiseerde opleidingen voor niet-medici tot hulpverleners op het gebied van anticonceptie. Rutgers pleitte daarnaast ook voor radicalere maatregelen, zoals een baringsverbod voor de verarmde bevolking.  

Hoewel voorbehoedsmiddelen enigszins bekendheid kregen, was het voor veel vrouwen uit de lagere klassen lastig om toegang te krijgen tot middelen zoals pessaria en condooms. Voorbehoedsmiddelen waren duur en omgeven door taboe. Daarnaast maakte de Zedelijkheidswet uit 1911 het er niet makkelijker op: de wet verbood tot 1970 de verkoop van voorbehoedsmiddelen. In het Secretariearchief Gemeente Assen liggen documenten uit 1969 met betrekking tot de regelgeving rondom de verkoop van voorbehoedsmiddelen

Het duurde nog tot de jaren vijftig voordat er een doorbraak kwam in de ontwikkeling van anticonceptiemiddelen. In 1956 ontdekte de Amerikaanse bioloog Gregory Pincus dat een combinatie van de hormonen oestrogeen en progesteron de eisprong kon onderdrukken. Deze ontdekking leidde tot de ontwikkeling van de anticonceptiepil. De pil kwam in het begin van de jaren zestig op de Amerikaanse markt. Voor het eerst hadden vrouwen toegang tot een betrouwbaar en een eenvoudig te gebruiken middel om zwangerschap te voorkomen. Dit gaf vrouwen de mogelijkheid om zelf hun leven en gezinsplanning te bepalen, wat de vrouwenemancipatie bevorderde. 

In 1964 werd de pil in Nederland geïntroduceerd. In eerste instantie werd de pil enkel voorgeschreven om medische redenen. Zo werd de pil bijvoorbeeld geadverteerd als middel om onregelmatige menstruatie tegen te gaan. Pas in de late jaren zestig werd de pil breder toegankelijk. Het anticonceptiemiddel werd enorm populair: tegen 1977 slikten al meer dan een miljoen vrouwen in Nederland de pil.  

4.4 Seksuele revolutie

De introductie van de anticonceptiepil markeerde het begin van de seksuele revolutie. Vrouwen kregen meer controle over hun eigen lichaam en seks werd geleidelijk losgekoppeld van het idee dat het primair bedoeld was voor voortplanting. Het werd steeds meer maatschappelijk geaccepteerd dat seks ook buiten het huwelijk plaatsvond en dat mensen meerdere seksuele partners konden hebben. Daarnaast kwam er meer aandacht voor de bestrijding van seksueel geweld tegen vrouwen. De oprichting van de Blijf-van-mijn-lijfhuizen is hier een goed voorbeeld van. Ook vrouwenorganisaties in Drenthe hielden zich vanaf eind jaren zeventig bezig het thema seksueel geweld tegen vrouwen. Raadpleeg het hoofdstuk Feminisme en vrouwenemancipatie voor meer informatie over de Blijf-van-mijn-lijfhuizen en vrouwenorganisaties in Drenthe. 

De seksuele revolutie was een fenomeen dat plaatsvond in de westerse samenleving, met name in de verstedelijkte gebieden. De veranderingen verliepen echter geleidelijk, wat de vraag oproept of de term ‘revolutie’ wel volledig de lading dekt. Zeker buiten de Randstad behielden confessionele partijen, die fel gekant waren tegen de nieuwe seksuele moraal, nog lange tijd veel invloed. 

Hoewel er niet direct bronnen over de seksuele revolutie in het Drents Archief te vinden zijn, biedt het onderwerp wel mogelijkheden voor onderzoek. Zo kun je bijvoorbeeld onderzoeken hoe verschillende Drentse vrouwenverenigingen of -bonden aankeken tegen de veranderende seksuele moraal. In het hoofdstuk Verenigingsleven vind je een overzicht van verschillende vrouwenverenigingen die actief waren in Drenthe.  

Kijktip! In de aflevering De seksuele moraal voor en na de pil van het tv-programma Andere Tijden delen vrouwen en artsen hun ervaringen over de opkomst van de anticonceptiepil in de jaren zestig in Nederland en de veranderingen die dit teweegbracht. 

4.5 Abortus provocatus

Tot ver in de twintigste eeuw was abortus provocatus, het opzettelijk afbreken van een zwangerschap, strafbaar en sterk taboe. Het Wetboek van Strafrecht uit 1886 verbood abortus onder vrijwel alle omstandigheden. Vrouwen die een ongewenste zwangerschap wilden beëindigen, moesten hun toevlucht zoeken in onveilige en illegale methoden. Hoewel sommige artsen bereid waren vrouwen in het geheim te helpen, belandden de meeste vrouwen bij mensen zonder medische kennis of opleiding. Deze aborteurs werden in de volksmond ‘engeltjesmakers’ genoemd. 

Illegale abortussen brachten vaak ernstige medische risico’s met zich mee. Procedures waarbij instrumenten werden gebruikt om inwendig te prikken, konden leiden tot perforaties van de baarmoeder of het ontstaan van luchtbellen in de bloedbaan, wat een fatale afloop kon hebben. Het gebruik van onhygiënische instrumenten of incorrecte methoden veroorzaakte vaak ernstige infecties van de buikwand. Voor veel vrouwen eindigde een illegale abortus in blijvend letsel of zelfs de dood. In ziekenhuizen werd een abortus met hoge uitzondering uitgevoerd en alleen als het leven van de vrouw ernstig in gevaar was. Dit vereiste goedkeuring van meerdere artsen en werd met terughoudendheid toegepast.  

In de jaren zestig en zeventig kwam het maatschappelijke debat rondom abortus op gang. Zo voerden verschillende feministische groepen actie voor de legalisatie van abortus. Een prominente rol hierin speelde de radicaalfeministische actiegroep Wij Vrouwen Eisen (WVE), die met de leus ‘Baas in Eigen Buik’ het symbool werd van de strijd voor abortusrechten in Nederland. Ook in Drenthe was een afdeling van de WVE. De kern bestond uit Jan Smit (Emmen), Ypke van Schie (Dalen), Gré Dekker (Hoogeveen), Gitty Mulder en Aukje de Haan (beiden uit Assen). In het begin van de jaren tachtig organiseerde de WVE afdeling Drenthe demonstraties en publieke manifestaties om aandacht te vragen voor de legalisering van abortus. Van de WVE afdeling Drenthe is helaas geen archiefmateriaal voorhanden. Raadpleeg voor meer informatie over de WVE afdeling Drenthe het boek Brood en Rozen van Natascha Noesel (ondergebracht in de bibliotheek van het Drents Archief).  

Ondanks het juridische verbod op abortus opende in 1971 de eerste abortuskliniek in Nederland haar deuren in Amsterdam. Voor het eerst konden vrouwen in Nederland op een veilige manier een abortus laten uitvoeren door gespecialiseerde artsen. Een jaar later volgde een kliniek in Groningen en rond 1975 waren er in Nederland al negen abortusklinieken geopend. In Drenthe was (en is) er geen abortuskliniek, waardoor vrouwen naar Groningen of Zwolle moesten uitwijken. Hoewel abortus destijds nog steeds illegaal was, besloot de overheid geen juridische stappen te ondernemen tegen deze klinieken. 

Na jarenlange discussies werd in 1981 een nieuwe abortuswet aangenomen, waarmee abortus provocatus onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd en op 1 november 1984 ging de Wet afbreking zwangerschap (Waz) daadwerkelijk in werking. Deze wet wordt nog steeds beschouwd als een mijlpaal in de strijd voor vrouwenrechten in Nederland. Voor een volledig overzicht van de verschillende stappen die hebben geleid tot de legalisering van abortus, kun je de Tijdlijn Abortus van Atria raadplegen. 

In proces-verbalen en dag- en nachtrapporten van de gemeentepolitie zijn bronnen te vinden over abortus provocatus. Deze documenten bevatten vermeldingen van vrouwen die abortus lieten uitvoeren, evenals informatie over artsen en illegale aborteurs en hoe de abortus werd gepleegd. Daarnaast worden in deze bronnen locaties genoemd waar illegale abortussen plaatsvonden. Enkele archiefinstellingen hebben abortuszaken apart gecategoriseerd, zoals bijvoorbeeld het Historisch Centrum Limburg en de Groninger Archieven, maar voor de meeste archieven geldt dat de proces-verbalen en/of dag- en nachtrapporten moeten worden doorgespit.  

Ook in het archief van de Gemeentepolitie Assen zijn proces-verbalen over abortus provocatus te vinden. In 1945 startte agent-rechercheur Wilhelmus Lankhout een onderzoek nadat hij een melding had ontvangen op het politiebureau over een vermoedelijk ‘verstoorde zwangerschap’. De betreffende vrouw had een abortus laten uitvoeren in Groningen. Zij was onbedoeld zwanger geraakt van een Canadese militair en was niet met hem getrouwd. In het meer dan zeven pagina’s tellende proces-verbaal ondervraagt Lankhout naast de desbetreffende vrouw, ook haar zus en de aborteurs in Groningen. 

Andere bronnen aangaande abortus die in het Drents Archief te raadplegen zijn, zijn rechtbankarchieven en archieven van vrouwenbewegingen. 

Zwart-wit foto op een markt. Vrouwen houden een enquête over de legaliseren van abortus, in Assen.
Enquete voor het legaliseren van abortus, te Assen in 1966. Collectie Gemeente Assen, Drents Archief.

Verder lezen

Prostitutie 

  • Altink, S. Huizen van illusies: Bordelen en prostitutie van Middeleeuwen tot heden. Utrecht/Antwerpen, 1983.  
  • Huitzing, A. Betaalde liefde: Prostituées in Nederland 1850–1900. Bergen, 1983.  
  • Stemvers, F.A. Meisjes van plezier: De geschiedenis van de prostitutie in Nederland. Weesp, 1985. 
  • Jansen, R.W. De ver van mijn bed show: de geschiedenis van de seksindustrie in Hoogeveen (1650-heden). Hoogeveen, 2021.  
  • Luning, H.M.  “Het eerste rode licht in Assen.” In Asser Historisch Tijdschrift. Assen, 1992.   

Geboortebeperking  

  • Nabrink, G. Seksuele hervorming in Nederland: achtergronden en geschiedenis van de Nieuw-Malthusiaanse Bond (NMB) en de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH), 1881-1971. Nijmegen, 1978. 
  • Röling, H. “De kortstondige, stille triomf van een ‘volksbeweging voor het geluk’. De jaren vijftig vanuit het perspectief van de NVSH”. In Een stille revolutie? Cultuur en mentaliteit in de lange jaren vijftig. Hilversum, 1997. 

Seksuele revolutie  

  • Couwenberg, S. W. Seksuele revolutie ter discussie: Van Phil Bloom tot Sex and the City. Budel, 2005. 
  • Henkes, B. en P. de Vries. Strijd om seksualiteit. Amsterdam, 2000. 

Abortus  

  • Bruijn de J. Geschiedenis van de abortus in Nederland. Een analyse van opvattingen en discussies 1600-1979. Amsterdam, 1980.  
  • Nieuwenhuizen, van den, M. Leven en laten leven. Een gedachtewisseling over abortus en zelfbeschikking. Amsterdam, 2022.  
  • Outshoorn, J. De politieke strijd rondom de abortuswetgeving in Nederland 1964-1984.