
Het Asser Vrouwenhuis aan de Torenlaan, ca. 1981. Fotograaf: Bert Jippes. Collectie Gemeente Assen.
Introductie
Tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw was de Nederlandse samenleving gebaseerd op een gezinsmodel met duidelijk afgebakende rolpatronen voor mannen en vrouwen. Mannen waren verantwoordelijk voor het financieel onderhouden van het gezin, terwijl vrouwen de rol van moeder en huisvrouw vervulden. Zowel de kerk als de overheid hielden deze rolverdeling in stand, omdat het traditionele gezin, waarin mannen werkten en vrouwen voor de kinderen zorgden, werd gezien als het fundament van een gezonde samenleving.
Hoewel feministen tijdens de Eerste Feministische Golf het vrouwenkiesrecht verwierven en toegang tot hoger onderwijs voor vrouwen realiseerden, bleef gelijkheid tussen mannen en vrouwen uit. Tot 1957 hadden vrouwen bijvoorbeeld geen zeggenschap over hun eigen financiën, en werden vrouwelijke ambtenaren ontslagen zodra ze trouwden. Het idee dat de zorg voor kinderen en het huishouden de belangrijkste taak van vrouwen was, bleef daarnaast stevig verankerd in de maatschappij.
De afschaffing van de regel handelingsonbekwaamheid in 1957, de introductie van de anticonceptiepil, de opkomst van feministische vrouwenbewegingen en de legalisatie van abortus weerspiegelden en versterkten een veranderend maatschappelijk moraal. Deze ontwikkelingen waren niet alleen oorzaken van meer vrijheid voor vrouwen, maar ook het resultaat van langdurige strijd door emancipatiebewegingen. Vrouwen kregen steeds meer zeggenschap over hun lichaam en leven, inclusief de keuze om wel of geen kinderen te krijgen. Het werd gebruikelijker dat vrouwen – ook na het huwelijk en het krijgen van kinderen – bleven werken. Daarnaast groeide de aandacht voor vrouwenemancipatie in zowel de politiek als de samenleving. In korte tijd veranderde het leven van veel Nederlandse vrouwen ingrijpend. Toch bestaat ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog steeds.
In dit hoofdstuk lees je over de Eerste en Tweede Feministische Golf in Nederland en de ontwikkeling van vrouwenemancipatie in Drenthe. Daarnaast vind je overzichten van diverse vrouwenbewegingen in Nederland en Drenthe, evenals relevante archieven die geraadpleegd kunnen worden voor verder onderzoek. Meer informatie over de seksuele revolutie en de abortusstrijd is te vinden in het hoofdstuk seksualiteit.
5.1 Eerste Feministische Golf
Feministische kritiek is van alle tijden. Waar vrouwen worden onderdrukt, ontstaat verzet. De vroegere uitingen van feministisch denken worden ook wel aangeduid als vroeg feminisme of proto-feminisme. Toch ontbrak het lange tijd aan een systematisch denkkader voor deze kritiek en waren vrouwen nog niet op grote schaal georganiseerd.
Toen vrouwen in de loop van de negentiende eeuw steeds meer toegang kregen tot het onderwijs, begonnen zij zich te organiseren in verenigingen en bewegingen. Zo groeide het feminisme in de negentiende eeuw uit tot een emancipatorische beweging, die streefde naar gelijke rechten tussen mannen en vrouwen. Hierbij was speciale aandacht voor de democratisering van het onderwijs en het verkrijgen van kiesrecht voor vrouwen. Deze periode staat bekend als de Eerste Feministische Golf.
In Nederland vond deze golf plaats tussen ongeveer 1850 en 1920. Gedurende deze periode streefden feministen naar gelijke rechten voor vrouwen op het gebied van scholing, arbeid en kiesrecht. De inspanningen van de feministische beweging in Nederland leidde in 1919 tot een doorbraak: op 28 september 1919 trad de wet-Merchant in werking. Vanaf dat moment werd het algemeen kiesrecht, dat zowel voor mannen als vrouwen gold, vastgelegd. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1922 konden alle vrouwen in Nederland voor het eerst gebruik maken van hun stemrecht. Dit was een belangrijke eerste stap richting de formele gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Feministische vrouwenbewegingen
Hieronder is een aantal vrouwenbewegingen te vinden, die zich tijdens de Eerste Feministische Golf actief inzetten voor de rechten van de vrouw. De archieven van deze bewegingen zijn ondergebracht in Atria. Wanneer je klikt op de link in de beschrijving, kom je terecht op de webpagina van het desbetreffende archief.
- De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht werd in 1894 opgericht op initiatief van Wilhelmina Drucker (1847-1925). De vereniging had als doel het verkrijgen van kiesrecht voor vrouwen. Nadat vrouwen in 1919 het stemrecht hadden verworven, veranderde de naam van de vereniging in de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen. Het archief van de vereniging is gedigitaliseerd en online te raadplegen.
- De Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht werd in 1907 opgericht door vrouwen die zich hadden afgescheiden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. De Bond wilde onafhankelijk zijn van politieke partijen, mannen toelaten in het bestuur en een breed scala aan opvattingen over kiesrecht verwelkomen. In tegenstelling tot de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, koos de Bond expliciet voor constitutionele middelen om hun doelen te behalen. Acties van burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals die van de Engelse suffragettes, keurden zij af.
- De Vrije Vrouwenvereniging was vrij van partij, dogma of klasse. Het doel van de vereniging was de intellectuele en politieke ontwikkeling van vrouwen. Hoewel de vereniging zich ook inzette voor het vrouwenkiesrecht, ging ze verder dan dat. De leden van de Vrije Vrouwenvereniging waren van mening dat mannen en vrouwen gelijke rechten moesten hebben, inclusief gelijke toegang voor vrouwen tot arbeid.
- De Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming (OV) werd op 1 juli 1897 opgericht door Annette Versluys-Poelman en dr. Jan Rutgers. De vereniging zette zich in voor de rechten van ongehuwde moeders. De OV streefde naar gelijke behandeling van ongehuwde en gehuwde moeders en pleitte voor een gelijke morele beoordeling van mannen en vrouwen. De OV bood zowel morele als financiële steun aan ongehuwde moeders en probeerden de publieke opinie en wetgeving rondom ongehuwde moeders te beïnvloeden. Tot haar activiteiten behoorden het oprichten en beheren van tehuizen voor ongehuwde moeders, de zorg voor voogdijkinderen en het plaatsen van kinderen in pleeggezinnen. De vereniging richtte ook consultatiebureaus op en ondersteunde moeders met praktische en opvoedkundige vragen. In heel Nederland werden verschillende afdelingen opgericht, waaronder ook in Drenthe. In het archief van de OV zijn ook bronnen te vinden over de afdeling Drenthe.
Tip! Wil je meer weten over de zorg voor ongehuwde moeders? Raadpleeg dan het boek Ongehuwde moederzorg in Nederland van Ernest Hueting en Rob Neij. Het boek gaat over de positie van en de hulpverlening aan zwangere alleenstaande vrouwen en meisjes in Nederland in de periode van 1850 tot 1990.
Persoonsarchieven
Naast de archieven van vrouwenbewegingen beheert Atria ook een uitgebreide collectie persoonsarchieven van feministen uit de Eerste Feministische Golf. Zo bevat de collectie archieven van prominente feministen zoals Wilhelmina Drucker (1874 – 1925), Aletta Henriëtte Jacobs (1854-1929) en Annette Versluys-Poelman (1853-1914). Daarnaast beschikt Atria over archiefmateriaal van vele andere feministen die zich tijdens deze periode hebben ingezet voor vrouwenrechten. Hieronder volgt een overzicht van enkele andere Nederlandse feministen die een belangrijke rol speelden in de strijd voor emancipatie tijdens de Eerste Feministische Golf.
- Elisabeth Carolina van Dorp (1872-1945)
- Mia Boissevain (1878-1959)
- Louise van Eeghen (1884-1979)
- Hendrika Wilhelmina Bernardina van Itallie-van Embden (1870-1959)
- Johanna Wilhelmina Antoinette Naber (1859-1941)
- Maria Wilhelmina Hendrika Rutgers-Hoitsema (1895-1934)
- Marie Jeanette Baale (1875-1947)
- Johanna Westerdijk (1883-1961)
- Elisabeth Bakker-Nort (1874-1946)
- Mathilde Cohen Tervaert-Israels (1864-1945)
- Hannah J. D. van Biema-Hijmans (1864 – 1937)
- Ada Helena Crone (1893-1996)
- Josephine Sare Rosine Baerveldt-Haver (1886-1945)
- Elisabeth Bakker-Nort (1874-1946)
- Frederike Swaantje van Balen-Klaar (1861-1952)
- Elise van Calcar (1822-1904)
- Anne Philippine Madeleine van Heerdt tot Eversberg-Quarles van Ufford (1862-1939)
- Hendrika Wilhelmina Bernardina van Itallie-van Embden (1870-1959)
- Clazina A. de Jong van Beek en Donk-Kluyver (1866-1944)
- Martina Gezina Kramers (1863-1934)
- Rosa Manus (1881-1942)
- Mathilde Wibaut-Berdenis van Berlekom (1862-1952)
- Clara Meijers (1885-1964)
- Clara Adriana Maria Mulder van de Graaf-de Bruijn (1865-1939)
- Nellie van Kol (1851-1930)
- Frederika Wilhelmina van Wulfften Palthe-Broese van Groenou (1875-1960)
- Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck (1876-1956)
In het Drents Archief ligt het persoonsarchief van Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge (1879- 1958). Van Riel-Smeenge werd op 11 oktober 1879 in Assen geboren en was de dochter van mr. Harm Smeenge en Margaretha Jantina Mos. Op zowel politiek als sociaal terrein was Van Riel-Smeenge actief in Drenthe. Zo zette zij zich in voor de bevordering van het volksonderwijs, het verbeteren van onderwijs voor meisjes, was zij bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen en bekleedde zij het voorzitterschap van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. Daarnaast was zij van 1923 tot 1927 vertegenwoordigster voor de Liberale Staatspartij De Vrijheidsbond in de gemeenteraad van Emmen. Lees meer over Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge in het hoofdstuk onderwijs van deze studiegids.
5.2 Tussen de golven
Wanneer we het over feminisme hebben, beperken we ons vaak tot de Eerste en Tweede Feministische Golf. Door geschiedenis af te bakenen in periodes of 'golven', gaat echter veel waardevolle informatie verloren. Het is daarom belangrijk om ook de tussenliggende jaren nader te onderzoeken. Een belangrijke ontwikkeling die zich tussen de golven afspeelde was bijvoorbeeld het afschaffen van handelingsonbekwaamheid en het intrekken van het Koninklijk Besluit uit 1924.
Tip! Wil je meer weten over feministen tussen de Eerste en de Tweede Feministische Golf in Nederland? Raadpleeg dan het boek Drie vrouwen: de vergeten feministen van de jaren dertig van Marie-Claire Melzer.
Handelingsonbekwaam en het Koninklijk Besluit
Lange tijd hadden vrouwen nauwelijks zeggenschap over hun eigen financiën. Een van de grootste obstakels was de manier waarop de Huwelijkswet was vormgegeven. Deze wet, officieel vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek in 1838, bepaalde dat getrouwde vrouwen handelingsonbekwaam waren en zonder toestemming van hun man geen rechtshandelingen mochten verrichten. Vrouwen werden hiermee juridisch gezien op hetzelfde niveau gesteld als kinderen en mensen die destijds als ‘zwakzinnig’ werden beschouwd. Zo mochten getrouwde vrouwen geen bankrekening openen, geen contracten ondertekenen, en hadden zij geen zeggenschap over hun eigen salaris of bezittingen. Voor deze zaken moest toestemming worden gevraagd aan de echtgenoot: hij was immers de baas over de gemeenschap van goederen waarin destijds standaard werd getrouwd.
Daarbovenop zorgden confessionele partijen ervoor dat op 13 maart 1924 een Koninklijk Besluit werd uitgevaardigd waarin stond dat vrouwelijke ambtenaren ontslagen moesten worden op het moment dat ze trouwden. De gedachte die hierachter schuilging was dat vrouwen zich op deze manier volledig konden richten op de taak van het huishouden en het moederschap. Pas in 1955 kwam hier verandering in. In dat jaar diende PvdA-kamerlid en feministe Corry Tendeloo een motie in die zich keerde tegen het Koninklijk Besluit. De motie werd uiteindelijk met zeer kleine meerderheid aangenomen: 46 stemden voor en 44 stemden tegen.
Een jaar later kreeg Tendeloo het voor elkaar dat de regel van handelingsonbekwaamheid werd afgeschaft. Vanaf dat moment konden getrouwde vrouwen zelfstandig handelen in financiële zaken, zoals het aangaan van leningen, het kopen van een huis en het beheren van hun eigen vermogen zonder dat daar toestemming voor nodig was van een man. Tot 1984 bleef de mannelijke echtgenoot wettelijk gezien echter het hoofd van zowel de gemeenschap van goederen waarin was getrouwd als van het gezin, terwijl de vrouw hem gehoorzaamheid verschuldigd was.
Tip! Journalist en rechtshistoricus Madeleijn van den Nieuwenhuizen is bezig met een oral-history project over handelingsonbekwaamheid. Het project heeft als doel het verzamelen van zo veel mogelijk ervaringen uit eerste hand, die iets vertellen over de ervaringen met en consequenties van de wettelijke handelingsonbekwaamheid van Nederlandse vrouwen vóór 1956. Op de website van Madeleijn van den Nieuwenhuizen is meer informatie te vinden over haar onderzoek naar handelingsonbekwaamheid.
5.3 Tweede Feministische Golf
Hoewel vrouwen vanaf 1956 wettelijk gezien financieel onafhankelijk waren, was er in de praktijk nog geen sprake van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Aan het begin van de Tweede Feministische Golf bleef het gebruikelijk dat vrouwen thuisbleven om voor de kinderen te zorgen. Slechts 16% van de vrouwen had een betaalde baan, en voorzieningen zoals kinderopvang waren nauwelijks beschikbaar. Voor veel vrouwen betekende dit dat hun leven volledig in het teken stond van het huishouden en de zorg voor het gezin, zonder ruimte om een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze beperkingen leidden bij veel vrouwen tot gevoelens van leegte en depressie.
Joke Smit verwoorde dit probleem in het artikel Het onbehagen bij de vrouw, dat in 1967 verscheen in De Gids. In het artikel bespreekt Smit de achterstelling van vrouwen ten opzichte van mannen en kaart ze thema’s aan zoals de positie van vrouwen in de maatschappij, abortuswetgeving, seksuele autonomie, minimumloon en woningnood. Het artikel van Smit wordt gezien als de start van de Tweede Feministische Golf in Nederland en leidde in 1968 tot de oprichting van de liberaal-feministische actiegroep Man Vrouw Maatschappij. Kort daarna, eind 1969, ontstond de radicaalfeministische actiegroep Dolle Mina, die in 1970 met opvallende acties naar buiten trad en het boegbeeld werd van de Tweede Feministische Golf.
Daar waar feministen van de Eerste Golf zich voornamelijk richtten op het verwerven van rechten voor vrouwen, streefden feministen van de Tweede Golf naar een bredere verandering van de maatschappij. Met de slogan ‘het persoonlijke is politiek’ benadrukten zij dat zaken uit de privésfeer, zoals huiselijk geweld en de ongelijke verdeling van zorgtaken, ook op de politieke agenda moesten komen te staan. Belangrijke doelen van de Tweede Feministische Golf waren het vergroten van de arbeidsparticipatie van vrouwen, een eerlijke verdeling van huishoudelijke taken en het bevorderen van seksuele autonomie, waarbij de bestrijding van huiselijk en seksueel geweld centraal stonden.
Een essentiële voorwaarde voor emancipatie is echter het besef van zelfbeschikking: de overtuiging dat je als vrouw recht hebt op het maken van je eigen keuzes. Voor het slagen van vrouwenemancipatie was (en is) het dus van belang dat vrouwen een eigen identiteit ontwikkelen – een identiteit die ook los kan staan van traditionele rollen zoals die van ‘echtgenote’, ‘huisvrouw’ of ‘moeder’.
Filosoof en schrijfster Simone de Beauvoir schreef hier al over in haar boek Le Deuxième Sexe (1949). De Amerikaanse schrijfster en feminist Betty Friedan borduurde voort op de ideeën van De Beauvoir en publiceerde in 1963 het boek The Feminine Mystique, waar het artikel van Joke Smit deels op is gebaseerd. Dit boek wordt gezien als de start van de Tweede Feministische Golf in de Verenigde Staten. Onder Feminine Mystique – in het Nederlands vrij vertaald als ‘het valse beeld’ - verstond Friedan de door samenleving en cultuur opgedrongen verwachting dat vrouwen gelukkig hoorden te zijn met het huishouden, het huwelijk, seksuele passiviteit en het grootbrengen van kinderen. Dit valse beeld zorgde ervoor dat vrouwen hun eigen identiteit niet konden of durfden te ontwikkelen.
Maar wat wilden vrouwen zelf? In de jaren zeventig werd het antwoord op deze vraag gezocht in vrouwenpraatgroepen. In vrouwenpraatgroepen deelden vrouwen hun ervaringen en bespraken ze problemen die samenhingen met het ‘vrouw-zijn’. Deze bijeenkomsten zorgden voor bewustwording en boden een ruimte waar vrouwelijke ervaringen serieus werden genomen. In Hoogeveen ontstond er bijvoorbeeld de sociaal feministische vrouwenpraatgroep FemSoc Hoogeveen. Hoewel vrouwenpraatgroepen voortkwamen uit de feministische beweging, werden de praatgroepen in de loop van de jaren zeventig ook populair onder vrouwen die zich niet als feminist identificeerden. Wil je meer weten over vrouwenpraatgroepen? Lees dan het hoofdstuk ‘Zeurders: praatgroepen en bewustwording’ in Dolle Mythes: Een frisse factcheck van feminisme toen en nu van Linda Duits.
De praatgroepen vormden de basis voor wat een vrouwenzuil genoemd kan worden: er ontstond een vrouwencultuur met een eigen politieke agenda en ideeën, wat leidde tot het creëren van eigen ruimtes waar mannen niet welkom waren. Voorbeelden hiervan zijn vrouwenhuizen, vrouwencafés, opvanghuizen en vrouwenwoongroepen. Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig werden ook in Drenthe vrouwenhuizen en vrouwencafés opgericht, waarover later meer is te lezen in dit hoofdstuk. Daarnaast werden initiatieven gestart die specifiek gericht waren op het bieden van hulp aan vrouwen, zoals de Blijf-van-mijn-lijfhuizen en de feministische hulplijn Vrouwen Bellen Vrouwen. Ook ontstonden er culturele initiatieven, zoals bijvoorbeeld tijdschriften, boekhandels en uitgeverijen. Zo werd in Emmen een vrouwenkrant gedrukt en werd in 1980 het Vrouwenfilmfestival Assen opgericht.
De feministische beweging in de Tweede Feministische Golf was echter niet uniform, maar bestond uit verschillende stromingen, die elk een eigen visie hadden op het bereiken van vrouwenemancipatie en elk eigen thema’s aankaartten die zij belangrijk vonden in het emancipatieproces. Voorbeelden van verschillende stromingen binnen het feminisme zijn het liberaal feminisme, radicaalfeminisme, sociaal feminisme, lesbisch feminisme, marxistisch feminisme, cultuur feminisme en zwart feminisme. Deze stromingen waren vooral actief in de Randstad. Raadpleeg voor een overzichtswerk het boek Caleidoscopische visies: zwarte, migranten- en vluchtelingen-vrouwenbeweging in Nederland geschreven door Maayke Botman, Nancy Jouwe en Gloria Wekker. Wil je meer leren over de diverse vormen van feminisme tijdens de Tweede Feministische Golf? Raadpleeg dan het boek A Glossary of Feminist Theory van Terry Lovell, Carol Wolkowitz en Sonya Andermahr.
Feministische actiegroepen
Atria heeft van veel feministische actiegroepen uit de jaren zeventig archiefmateriaal liggen. Hieronder is een aantal bewegingen uitgelicht, deze waren in de jaren zeventig en tachtig landelijk actief in Nederland en speelden een grote rol in de Tweede Feministische Golf.
- De Man Vrouw Maatschappij (MVM) werd in 1968 opgericht door onder andere Joke Smit en Hedy d’Ancona en had een liberaal feministisch karakter. De MVM richtte zich op het doorbreken van traditionele rolpatronen en streefde naar gelijke kansen voor zowel mannen als vrouwen. De MVM opereerde via diverse thematische werkgroepen die zich richtten op onderwerpen zoals onderwijs, deeltijdwerk, loonverschillen tussen mannen en vrouwen, kinderopvang, gezinsplanning en de vertegenwoordiging van vrouwen binnen politieke partijen. Deze werkgroepen lobbyden bij de overheid om hun beleidsdoelen te halen. Enkele doelen van de MVM waren: meer parttime werkgelegenheid, de harmonisatie van school- en vakantietijden, de oprichting van meer crèches en naschoolse opvangmogelijkheden, het toekennen van werkloosheidsuitkeringen aan gehuwde vrouwen, en het bevorderen van gelijke onderwijskansen voor jongens en meisjes.
- De radicaalfeministische actiegroep Dolle Mina werd opgericht in 1969 en was vernoemd naar Wilhelmina Drucker. De Dolle Mina’s voerde ludieke en confronterende acties uit om aandacht te vragen voor gelijke rechten voor vrouwen, toegang tot anticonceptie en vrije abortus. Ze richtten zich op thema’s zoals seksuele bevrijding, de arbeidspositie van vrouwen en een gelijke loon verdeling tussen mannen en vrouwen.
- De radicaalfeministische actiegroep Wij Vrouwen Eisen (WVE) werd in 1974 opgericht en kwam voort uit de Dolle Mina. De organisatie formuleerde drie centrale doelstellingen: de decriminalisering van abortus door verwijdering uit het Wetboek van Strafrecht, opname van abortus in het ziekenfondspakket, en erkenning van het recht van vrouwen om zelf te beslissen of zij een abortus wilden. De organisatie combineerde publieke acties, zoals demonstraties en handtekeningenacties, met discussiebijeenkomsten en publicaties, die gericht waren op bewustwording en maatschappelijke verandering. De campagnes van WVE droegen bij aan een breder debat over reproductieve rechten in Nederland. Na het aannemen van de nieuwe abortuswet in 1981, die abortus binnen bepaalde kaders legaliseerde, namen de activiteiten van WVE geleidelijk af.
- De radicaal lesbisch feministische actiegroep De Paarse September werd in 1972 opgericht. De groep stelde dat lesbisch-zijn een politieke keuze was, waarmee zij de heteronormatieve structuur binnen feministische en homorechten organisaties bekritiseerde. Sterk beïnvloed door het Amerikaanse The Furies Collective, richtte Paarse September zich op bewustwording en maatschappelijke hervorming. Via hun krant (waar uiteindelijk zes van verschenen, en brieven confronteerden zij organisaties en actiegroepen met de marginalisering van lesbiennes. Hoewel hun activisme weerstand opriep en de groep in 1974 werd opgeheven, transformeerden zij de positie van lesbische vrouwen binnen de feministische beweging en introduceerden lesbisch-zijn als een centraal feministisch thema.
- De vrouwengroep Kelompok Aktivitas Umum Untuk Wanita Wanita Maluku, bestaande uit Molukse vrouwen, speelde een belangrijke rol in de opkomende zwarte vrouwenbeweging in Nederland. Ze richtten zich op de emancipatie van Molukse vrouwen en zetten programma’s op om de positie van Molukse vrouwen te versterken. Sinds 1979 waren zij actief onder de naam Kelompok Aktivitas Umum Untuk Wanita Wanita Maluku en opereerde vanaf 1983 als Stichting Landelijke Activiteitengroepen voor Molukse Vrouwen. Het doel van de groep was om Molukse vrouwen bewust te maken van hun positie, zowel binnen de Nederlandse als de Molukse gemeenschap. Dit werd onder andere bereikt door het organiseren van themadagen en -weekenden, waarin onderwerpen zoals zelfbewustzijn, emancipatie en maatschappelijke participatie centraal stonden.

Vrouwenbewegingen in Drenthe
Ook in Drenthe ontstonden aan het eind van de jaren zeventig en begin jaren tachtig vrouwenorganisaties met een sterk feministisch karakter. Hoe groot het bereik van deze groepen precies was, is nog niet onderzocht. Tegelijkertijd is het ook lastig om dit te onderzoeken. Enerzijds komt dit doordat er weinig archiefmateriaal voorhanden is, anderzijds door de informele structuur van de organisaties. Vermoedelijk ligt er dan ook nog veel archiefmateriaal op zolder. Van een grote groep radicaalfeministen was in Drenthe in ieder geval geen sprake.
- De liberaal feministische actiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM) had ook een afdeling in Drenthe. In het archief van A.A. van Hasselt (Atria) zijn stukken te vinden over de MVM-afdelingen Groningen en Drenthe. Ook in de Collectie Constant Kool (Atria) zijn verslagen van de MVM-afdelingen Groningen en Drenthe uit de jaren zeventig te vinden. In de Groninger Archieven ligt materiaal van de MVM-werkgroep Groningen, waartoe ook de afdeling Drenthe behoorde.
- Vanaf de jaren tachtig was er ook een Drentse afdeling van Wij Vrouwen Eisen. De kern bestond uit Jan Smit (Emmen), Ypke van Schie (Dalen), Gré Dekker (Hoogeveen), Gitty Mulder en Aukje de Haan (beiden uit Assen). In het begin van de jaren tachtig organiseerde de WVE afdeling Drenthe demonstraties en publieke manifestaties om aandacht te vragen voor de legalisering van abortus. Van de WVE afdeling Drenthe is helaas geen archiefmateriaal voorhanden. Raadpleeg voor meer informatie over de WVE afdeling Drenthe het boek Brood en Rozen van Natascha Noesel (ondergebracht in de bibliotheek van het Drents Archief).
- In het Drents Archief ligt archiefmateriaal van de sociaal feministische vrouwenpraatgroep FemSoc Hoogeveen. De groep werd in 1978 opgericht en kwam voort uit de vrouwengroep van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP). De groep kwam maandelijks bijeen om te discussiëren over diverse onderwerpen, zoals seksualiteit, de keuze om wel of geen kinderen te krijgen en de verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Hoewel FemSoc Hoogeveen niet actief was op de barricades en geen publieke manifestaties organiseerde, zette de groep wel een themadag op waarbij de vraag centraal stond of het wenselijk was om kinderen te krijgen.
- In het voorjaar van 1980 werd de Vrouwen voor Vrede Drenthe opgericht. Deze vrouwenbeweging zette zich in voor vrede in de wereld. Ook waren ze tegen de inzet van kernwapens. In het Drents Archief zijn archieven van de afdeling Hoogeveen, afdeling Eelde/Paterswolde en afdeling Gieten te vinden.
Tip! Benieuwd naar meer informatie over de hierboven genoemde bewegingen? Lees dan het boek Brood en Rozen van Marscha van Noesel. Als journalist schreef Van Noesel in de jaren tachtig de emancipatierubriek Brood en Rozen voor de Emmer Courant, waarin zij wekelijks de voortgang van vrouwenemancipatie in Drenthe besprak. Meer dan dertig jaar later zocht zij de vrouwen die zij destijds had geïnterviewd opnieuw op. Het resultaat is het boek Brood en Rozen, waarin Van Noesel hun verhalen bundelt en de ontwikkelingen van toen in een breder perspectief plaatst.
Vrouwencafés
In het begin van de jaren zeventig ontstonden de eerste vrouwencafés, als reactie op de behoefte van vrouwen om elkaar te ontmoeten in een omgeving zonder de aanwezigheid van mannen. Hoewel deze cafés vaak een feministisch karakter hadden, waren ze ook toegankelijk voor vrouwen die zichzelf geen feminist noemden. Zo boden de vrouwencafés een bredere ruimte voor sociale interactie en gemeenschapsvorming onder vrouwen. Bekende vrouwencafés uit de jaren zeventig waren Café Saarein, Café Harmonia en Vivelavie in Amsterdam, De Feeks in Nijmegen, De Heksenketel in Utrecht en Dikke Trui in Groningen.
Tegen het einde van de jaren zeventig verschenen er ook vrouwencafés in Drenthe, onder andere in Annen, Dwingeloo, Eelde, Emmen, Hoogeveen en Assen. Deze cafés werden meestal georganiseerd in buurthuizen, vrouwenhuizen en lokale kroegen. Ze fungeerden als plekken waar vrouwen samen konden komen om vrij te praten, te dansen en soms ook lezingen bij te wonen.
In Hoogeveen fungeerde het vrouwencafé als maandelijkse ontmoetingsplek waar vrouwen maatschappelijke en persoonlijke thema's bespraken. Deze bijeenkomsten werden vaak gecombineerd met een lezing waarin een specifiek onderwerp verder werd uitgediept, zoals seksualiteit, de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en kinderopvang. Daarnaast publiceerde het vrouwencafé in Hoogeveen een krantje om zowel leden als een breder publiek te informeren en bewustzijn te creëren over de besproken onderwerpen. Hiermee vervulde het café niet alleen een sociale, maar ook een educatieve en activistische rol binnen de lokale gemeenschap.
Helaas is er weinig archiefmateriaal bewaard gebleven van vrouwencafés in Drenthe. In het Drents Archief vind je enkele sporen van vrouwencafés in de archieven van Stichting het Vrouwenhuis Assen, het Drents Vrouwenbureau en Hoogeveense vredes-, AKB- en feministische archivalia.
Vrouwenhuizen
Om een plek te bieden aan de opkomende feministische praat- en actiegroepen, ontstonden in Nederland vrouwenhuizen. Net als in het vrouwencafé, was dit een plek waar uitsluitend vrouwen bij elkaar kwamen. De vrouwenhuizen fungeerden niet alleen als fysieke ontmoetingsplaats, maar ook als centrale locatie waar debatten werden gevoerd, cursussen werden georganiseerd en hulpverlening aan vrouwen werd geboden. De vrouwenhuizen bevonden zich soms in een gekraakt pand, maar het kwam ook voor dat vrouwenhuizen werden gekocht met behulp van subsidies van overheidsinstellingen. Omstreeks 1985 verdwenen de meeste vrouwenhuizen, maar in Nederland en België is ook nu nog een aantal vrouwenhuizen actief.
Het eerste vrouwenhuis opende haar deuren in 1973 in een krakerspand in Amsterdam aan de Nieuwe Herengracht. Dit had een sterk radicaalfeministisch karakter. Zo bood het vrouwenhuis onderdak aan onder andere de feministische uitgeverij De Bonte Was, de radicaalfeministisch lesbische actiegroep Paarse September en het vrouwenfilmcollectief Cinemien.
In de loop van de jaren zeventig verschenen in heel Nederland vrouwenhuizen. Het karakter ervan kon echter verschillen. Sommige vrouwenhuizen hadden een meer radicaal en activistisch profiel, gericht op structurele maatschappelijke verandering en directe actie. Anderen legden de nadruk op het bevorderen van vrouwenemancipatie via educatieve en ondersteunende activiteiten, waarvoor zij vaak financiële ondersteuning zochten bij overheidsinstellingen.
Van verschillende vrouwenhuizen is archiefmateriaal bewaard gebleven. Zo is er onder andere archiefmateriaal te vinden van de vrouwenhuizen in Haarlem, Arnhem, Amstelveen, Amersfoort, Maastricht, Amsterdam, Groningen, Den Haag, Zwolle, Dordrecht, Tiel, Amsterdam (vrouwenhuis Clara) en Deventer.
Ook in Drenthe waren vrouwenhuizen. Stichting het Vrouwenhuis in Assen werd opgericht in maart 1977 op initiatief van vrouwen die zich in het vrouwencafé ‘Het Brandpunt’ in Assen hadden verzameld. De stichting had een liberaal feministische insteek en richtte zich op het ondersteunen van vrouwen in hun emancipatieproces. De activiteiten in het vrouwenhuis waren erop gericht vrouwen bewust te maken van hun positie in de samenleving. Zo konden zij deelnemen aan timmer- en naaicursussen, maar ook aan zelfverdedigingslessen. Daarnaast was er een kinderopvang beschikbaar, zodat moeders zonder zorgen aan de activiteiten konden deelnemen. Het pand bood bovendien ruimte aan een vrouwenbibliotheek, waar vrouwen boeken en informatie konden vinden over feministische thema’s. Verder werden er regelmatig lezingen georganiseerd en vond er maandelijks een vrouwencafé plaats, waar vrouwen elkaar konden ontmoeten en ervaringen konden uitwisselen. Archiefmateriaal over Stichting het Vrouwenhuis in Assen is te vinden in het Drents Archief.
In 1975 werd de Stichting het Vrouwenhuis in Meppel opgericht. Net als het vrouwenhuis in Assen was het liberaal feministisch. In 1984 werd het vrouwenhuis een emancipatiecentrum. Stichting Oud Meppel bewaart een aantal archiefstukken van het vrouwenhuis in Meppel.
In 1980 werd in Emmen het Emancipatiepand E77 opgericht, dat aan de Nassaulaan was gevestigd. Ook hier konden vrouwen elkaar ontmoeten, cursussen volgen en naar het vrouwencafé gaan. Het pand bood daarnaast onderdak aan de plaatselijke ombudsvrouw, Stichting Vrouw en Werk en de telefonische feministische hulpdienst Vrouwen Bellen Vrouwen. Helaas is in het Drents Archief geen archiefmateriaal van dit pand. Voor meer informatie over E77 kan het boek Brood en Rozen van Marscha van Noesel worden geraadpleegd.

Blijf-van-mijn-lijfhuizen
Vanaf het begin van de jaren zeventig werden in Nederland Blijf-van-mijn-lijfhuizen opgericht. Deze instellingen waren gericht op het bieden van bescherming aan vrouwen die slachtoffer waren van huiselijk geweld. Deze opvanglocaties waren gevestigd op geheimgehouden adressen om de veiligheid van de vrouwen te waarborgen. Naast de directe hulpverlening streefden de initiatiefnemers naar maatschappelijke bewustwording rondom het thema huiselijk geweld. Het eerste Blijf-van-mijn-lijfhuis werd opgericht in Amsterdam en was in eerste instantie gevestigd in een kraakpand. Gedurende de jaren zeventig breidde de organisatie zich uit en binnen tien jaar waren er vijftien opvanghuizen verspreid over het hele land. De organisatie is tot op heden actief in de hulpverlening aan slachtoffers van huiselijk geweld.
Van een aantal van deze opvanghuizen zijn archieven bewaard gebleven, die waardevolle inzichten geven in de ontwikkeling van de hulpverlening en de maatschappelijke reactie op huiselijk geweld in deze periode. Deze archieven zijn onder andere te vinden bij Atria, het Haags Gemeentearchief en de Groninger Archieven.
Luistertip! In de radiodocumentaire ‘Het probleem de wereld in. 50 jaar Blijf van mijn lijf’ onderzoekt programmamaker Christianne Alvarado de ontstaansgeschiedenis van de Blijf-van-mijn-lijfhuizen in Nederland.
Vrouwenfilmfestival Assen
Het Vrouwenfilmfestival Assen werd voor het eerst georganiseerd in 1980 door een groep vormingswerksters die vrouwen bewust wilden maken van hun rol in de samenleving. Tijdens het filmfestival werden films vertoond van vrouwelijke filmmakers, waarin emancipatie centraal stond. Het festival werd aangevuld met lezingen en discussiegroepen, waarbij het scholende karakter van de films voorop stond. In het Drents Archief ligt het archief van het van het Vrouwenfilmfestival Assen. Het archief is nog niet geïnventariseerd, waardoor het archief (nog) niet terug te vinden is in het digitale archievenoverzicht van het Drents Archief. Wel is het mogelijk om het archief voor onderzoek in te zien op de studiezaal. Neem hiervoor contact op met het Drents Archief.
De politiek
Tussen 1967 en 1972 vond de vrouwenbeweging geen gehoor bij de liberaal-confessionele kabinetten. Pas met het aantreden van het linkse kabinet-Den Uyl in 1973 kregen zij toegang tot de nationale politiek. De Man-Vrouw-Maatschappij (MVM) pleitte al sinds 1972 voor een nationaal emancipatiebeleid, waar in 1974 uiteindelijk gehoor aan werd gegeven. Er werd een Emancipatiekommissie (EK) ingesteld om het kabinet te adviseren over dit beleid. De EK, met onder andere Joke Smit als lid, legde de basis voor het emancipatiebeleid in Nederland. Er kwam nog meer aandacht voor de emancipatie van vrouwen toen de Verenigde Naties het jaar 1975 uitriepen tot Het Jaar van de Vrouw. In het Bestuursarchief van de provincie Drenthe zijn archiefstukken te vinden over het vrouwenemancipatiebeleid dat de provincie voerde. Daarnaast zijn in het Drents Archief stukken te vinden van Tineke Schilthuis. Zij was in 1974 de eerste vrouwelijke commissaris van de Koningin in Drenthe.
5.4 Vrouwenemancipatie in Drenthe
Hoewel het radicaalfeminisme in Drenthe nooit echt voet aan de grond kreeg, waren er wel diverse groepen en instellingen actief die zich inzetten voor vrouwenemancipatie. Deze instellingen kwamen op aan het einde van de jaren zeventig, met als hoogtepunt de oprichting van het Drents Vrouwenburo in Assen in 1981. Historicus Maarten C. Hoff verklaart het relatief late opkomen van vrouwenemancipatie in Drenthe door het langdurige isolement van de provincie en de dominante invloed van het conservatieve patriarchaat, dat zowel vanuit de kerken als de politiek op alle niveaus van de samenleving werd gehandhaafd. Hoff stelt verder dat de radicale aanpak in de strijd voor vrouwenrechten in Drenthe nooit brede steun heeft gekregen. In plaats daarvan gaf men de voorkeur aan een benadering gebaseerd op rechtvaardigheid en redelijkheid, zonder zich te laten intimideren door machtsstructuren.
Tip! Voor een overzicht van vrouwenorganisaties in de jaren tachtig in Drenthe raadpleeg de Drentse Vrouwenwijzer. In dit boekwerk vind je een overzicht van vrouwen- en andere organisaties die zich bezighielden met emancipatie, kinderopvang, hulpverlening, werk, onderwijs voor volwassenen, kunst en cultuur, vrede en hulp bij seksueel misbruik. De Drentse vrouwenwijzer is te vinden in de jaarverslagen van het Drents Vrouwenburo. Let op! Het blauwe boekwerk heeft als titel ‘nieuwsbrief’.
Drentse Vrouwenraad
De Provinciale Drentse Vrouwenraad fungeerde als een overkoepelend platform voor vrouwenorganisaties binnen de provincie Drenthe. In de jaren tachtig waren er naast de provinciale raad 53 plaatselijke vrouwenraden actief, waarin lokale vrouwenorganisaties samenwerkten. De vrouwenraad onderhield nauwe contacten met overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties, waardoor zij een brugfunctie vervulde tussen vrouwenorganisaties en beleidsmakers.
De primaire doelstelling van de Drentse Vrouwenraad was het bevorderen van de erkenning van vrouwen als volwaardige leden van de samenleving. Dit werd nagestreefd door vrouwen te stimuleren om actief deel te nemen aan alle facetten van het maatschappelijke leven en te pleiten voor hun aanwezigheid bij beleidsvorming en besluitvorming. Om deze doelstellingen te realiseren, fungeerde de Drentse Vrouwenraad als een ontmoetingsplek waar onderwerpen bespreekbaar werden gemaakt via overleg, dialoog en discussie. De raad faciliteerde de uitwisseling van ervaringen, het delen van ideeën en het verstrekken van informatie over provinciale en landelijke ontwikkelingen. Daarnaast organiseerde de raad in samenwerking met andere partijen activiteiten en trainingen op het gebied van vrouwenemancipatie.
In het Drents Archief zijn verschillende stukken te vinden over de Drentse vrouwenraad.
Project VOS-cursussen in Drenthe
De VOS-cursus (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving) was in 1972 bedacht door Krijnie Verlaan en was bedoeld voor vrouwen uit alle lagen van de samenleving. Tijdens de cursus gingen deelneemsters onder leiding van twee gespreksleidsters met elkaar in discussie, leerden ze om empathisch en kritisch te kijken naar hun eigen en elkaars ervaringen, oefenden ze verschillende vaardigheden en werden ze gestimuleerd om te lezen en door te leren. De cursus had als doel vrouwen bewust te maken van hun leefsituatie, hun zelfvertrouwen te vergroten, hen aan te moedigen bewuste keuzes te maken en actief deel te nemen aan de maatschappij. De onderwerpen die tijdens de cursussen werden besproken waren zeer divers: van opvoeden, relaties en partners tot geld, staatkundige zaken en de rol van vrouwen in de maatschappij. De cursussen werden geleid door twee spreeksters, die daarvoor een korte opleiding hadden gevolgd. Er waren terugkomdagen en vervolgcursussen zoals ‘Vrouwen leren actief meedoen’ en ‘Samen denken, samen praten’.
Het project ‘VOS-cursussen in Drenthe’ startte in april 1977 op initiatief van de Drentse Vrouwenraad. De cursussen werden onder andere georganiseerd in Assen, Roden, Meppel, Emmen, Zwartemeer, Klazienaveen, Valthermond, Hoogeveen, Gasselte, Westerbork, Meppel Schoonebeek, Emmen, Vries, Bargercompascuum en Nieuw-Amsterdam. In het Drents Archief zijn de jaarverslagen van de VOS-cursussen van 1983 tot 1985 te vinden. De jaarverslagen bevatten onder andere enquêtes waarin deelnemers hun ervaringen over de cursus deelden. Het jaarverslag van 1977 is te vinden in de jaarverslagen van de Drentse vrouwenraad.
Stichting Ombudsvrouw Drenthe
In 1977 werd de Stichting Ombudsvrouw Drenthe opgericht. De ombudsvrouw was er voor vrouwen die zich onrechtvaardig behandeld voelden, informatie zochten, of hulp nodig hadden bij bijvoorbeeld echtscheiding, kinderopvang, alimentatie of huisvesting. De ombudsvrouw fungeerde als een soort wegwijzer naar geschikte instanties en stelde discriminerende regels en praktijken aan de kaak bij de overheid, instellingen en bedrijven. Daarnaast boden zij ondersteuning bij conflicten met overheidsinstanties. Vanaf 1982 werd de Stichting opgenomen in het Drents Vrouwenburo. Daar konden vrouwen op spreekuur langskomen om advies in te winnen bij de ombudsvrouw. De eerste betaalde ombudsvrouw van Drenthe was Cor Schoneveld.
Drents Vrouwenburo
Aan het eind van de jaren zeventig ontstond het idee om in Drenthe een vrouwenemancipatiebureau op te richten. Voordat het emancipatiebureau haar deuren opende, boog een initiatiefgroep zich over de vraag of het wel wenselijk was om een vrouwenemancipatiebureau op te zetten. De invulling van het bureau moest goed worden overdacht en daarnaast waren in Drenthe al meerdere vrouwenorganisaties actief. Bronnen over deze initiatiefgroep zijn te vinden in het archief van Hoogeveense vredes-, AKB- en feministische archivalia.
Uiteindelijk opende het Drents Vrouwenburo in 1981 haar deuren in Assen. Dit was tevens het eerste vrouwenemancipatiebureau in Nederland. Het Drents Vrouwenburo had als doelstelling vrouwen te ondersteunen bij de bewustwording van haar maatschappelijke positie en wilde de participatie van vrouwen op verschillende maatschappelijke terreinen stimuleren. Dit deden zij door het geven van voorlichtingen, het faciliteren van VOS-cursussen, het organiseren van themabijeenkomsten en het houden van spreekuren. Speciale aandacht werd besteed aan vrouwen in het werkveld, de opvang voor vrouwen en meisjes na seksueel geweld, roldoorbreking in het onderwijs, vrouwen en gezondheid, emancipatiepolitiek en de vertegenwoordiging van vrouwen in de kunst en cultuur. Daarnaast initieerde en organiseerde het vrouwenburo (vrouwen)projecten, publiceerde het bureau verschillende boekwerken en maakte zij overheden en het bedrijfsleven bewust van vrouwemancipatie.
Naar voorbeeld van Drenthe werden in de loop van de jaren tachtig in heel Nederland emancipatiebureaus opgericht. Archieven van andere emancipatiebureaus zijn vaak te vinden in archiefinstellingen van desbetreffende provincies. De emancipatiebureaus verenigden zich in de Landelijke Vereniging tot Ondersteuning van Vrouwenemancipatiebureaus. Dit archief is te raadplegen in Atria.
Het Drents Vrouwenburo was de spil in het web van de vele vrouwenorganisaties die in Drenthe actief waren. Het bureau werkte nauw samen met andere organisaties, waaronder het Festival Vrouwenfilms en de Drentse vrouwenraad. Vanaf 2000 ging het bureau verder onder de naam Enova: emancipatie adviesbureau Drenthe. Net als het Vrouwenburo richtte Enova zich op diverse maatschappelijke thema’s waarbij de bevordering van participatie en emancipatie centraal stonden, maar waarbij ook extra aandacht kwam voor allochtone vrouwen en nieuwkomers.
In het Drents Archief zijn verschillende bronnen over het Drents Vrouwenburo te vinden. Daarnaast beschikt het Drents Archief over nog niet geïnventariseerde archieven van het Drents Vrouwenburo en Enova. Hierin zijn onder andere nieuwsbrieven, publicaties en informatiefolders van het Drents Vrouwenburo te vinden. Ook is er een enquête waarin vrouwen een vragenlijst konden invullen en zo hun mening konden geven over wat zij dachten dat een regionaal vrouwenburo in Drenthe zou moeten en kunnen doen. Hoewel deze archieven (nog) niet terug te zijn te vinden in de online archieftoegangen, is het wel mogelijk om de archieven te raadplegen voor onderzoek. Neem hiervoor contact op met het Drents Archief.
Luistertip! In de podcast ‘Het Dorpse Feminisme’ van het Drents Archief en podcastmaakster Marjolein Knol komen verschillende Drentse vrouwen en experts aan het woord, die vertellen over de vrouwenemancipatie in de jaren zeventig in Drenthe.
Verder lezen
Eerste Feministische Golf
- Jacobs, A. Herinneringen. Meppel, 2019.
- Bosch, M. Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid: Aletta Jacobs 1854-1929. Amsterdam, 2005.
- Jansz, U. Denken over sekse in de eerste feministische golf. Amsterdam, 1990.
- Reys, J. De Eerste Feministische Golf. Nijmegen, 1985.
Tussen de golven
- Melzer, M.C. Drie vrouwen: de vergeten feministen van de jaren dertig. Amsterdam, 2024.
Tweede Feministische golf
- Duits, L. Dolle Mythes: Een frisse factcheck van feminisme toen en nu. Amsterdam, 2017.
- Loo, van de V. De vrouw beslist: De Tweede Feministische Golf in Nederland, 2005.
- Klein, van der M. en S. Wieringa. Alles kon anders: Protestrepertoires in Nederland, 1965-2005. Amsterdam, 1999.
- Kloek, E. Elementaire deeltjes: Feminisme. Amsterdam, 2024.
Vrouwenemancipatie in Drenthe
- Hoff, M. C. “Ja ik wil: emancipatie in Drenthe.” In Nieuwe Drentse Volksalmanak 2023. Assen, 2023.
- Noesel, van M. Brood en rozen: Vrouwenbeweging in Drenthe: Wat wilden deze vrouwen toen en nu? Beilen, 2011.
- Rigter, M.J.C. Drentse emancipatie in cijfers, 1980-1995: Bijna een generatie. Assen, 1997.
