
Er wordt een boom gepland, vasthouden door Henderika Alberdina van Riel-Smeenge, circa 1920. Foto gemaakt door fotograaf Ter Heide. Collectie Drentse Museum.
Introductie
In dit hoofdstuk vind je een overzicht van de familie- en persoonsarchieven waar vrouwen in voorkomen. De familie- en persoonsarchieven van het Drents Archief beslaan een periode van grofweg 1600 tot 1980. De meeste familiearchieven zijn van vooraanstaande Drentse families, maar dat geldt niet voor elk familiearchief.
De familie- en persoonsarchieven zijn allen anders van samenstelling. Ze kunnen officiële documenten en akten bevatten, evenals persoonlijke stukken zoals rekeningen, foto’s en dagboeken. Andere stukken die voorkomen in de familie- en persoonsarchieven zijn huwelijkse voorwaarden, testamenten, huur- en koopakten, brieven, kwitanties, kasboeken, rapporten, fotoalbums, balboekjes, diploma’s, plakboeken en genealogische aantekeningen.
Ondanks hun persoonsgebonden karakter bevatten deze archieven vaak interessante documenten die inzicht geven in de tijd waarin iemand leefde. Bovendien kan het zijn dat een persoon uit het familie- of persoonsarchief betrokken was bij een instelling of vereniging en dat er dus meer informatie te vinden is over de desbetreffende instantie. De archieven zijn kortom interessante en waardevolle bronnen om verder te onderzoeken.
8.1 Persoonsarchieven van vrouwen

Gesina Bähler-Boerma
Gesina Bähler-Boerma (1874-1953) werd op 14 juli 1874 geboren in Assen als dochter van de Groningse herenboer Alje Luitjes Boerma en Wabina Albers Klunder. Ze volgde de driejarige HBS-opleiding in Warffum. Op 19-jarige leeftijd trouwde ze met Louis Adriën Bähler, een vrijzinnig hervormd predikant, pacifist, vegetariër en volgeling van de Russische filosoof Lev Tolstoj. In 1911 verhuisde het echtpaar naar Paterswolde, waar ze zich vestigden op het landgoed Lemferdinge.
Via haar man kwam Bähler-Boerma in contact met Emilie Knappert, oprichtster van het eerste Volkshuis in Nederland. Dit was geïnspireerd op het Engelse settlementswerk. Aangespoord door deze ideeën, richtte Bähler-Boerma in Paterswolde het eerste dorpshuis van Nederland op. De directe aanleiding was de alarmerende uitslag van een enquête door de Volksbond tegen Drankmisbruik, die wees op ernstige problemen in Paterswolde en omgeving. Bähler-Boerma zag de oorzaken in ‘onwetendheid en levensleegte’ en stelde een dorpshuis voor als remedie tegen die leegte. In het dorpshuis werden verschillende cursussen aangeboden en daarnaast was er een leeszaal en gezondheidscentrum in het dorpshuis gevestigd. Het initiatief van Bähler-Boerma diende als voorbeeld voor soortgelijke dorpshuizen in Groningen, Friesland en Drenthe.
Naast haar werk in het dorpshuis zette Bähler-Boerma zich in voor de verbetering van de woonomstandigheden in het dorp. Zo richtte ze een woningbouwvereniging op en was ze betrokken bij de bestrijding van tuberculose. Politiek was zij actief binnen de SDAP en bekleedde ze van 1924 tot 1927 het wethouderschap van de gemeente Eelde. Ondanks haar inzet werd ze door sommige dorpsbewoners als afstandelijk en elitair beschouwd.
Voor haar maatschappelijke verdiensten werd Gesina benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en ontving ze in 1949 een medaille van verdienste van de gemeente Eelde. Gesina Bähler-Boerma overleed in oktober 1953 in Eelde-Paterswolde. Er is hier nog altijd een straat naar haar vernoemd.
Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge
Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge (1879 – 1958) werd op 11 oktober 1879 in Assen geboren en was de dochter van mr. Harm Smeenge en Margaretha Jantina Mos. Van Riel-Smeenge volgde een opleiding aan de Bijzondere Nuts Kweekschool voor Onderwijzeressen in Arnhem. Na het behalen van haar diploma ging zij aan de slag als onderwijzeres in Amsterdam. In 1906 trouwde zij met Willem Hendrik van Riel. Na hun huwelijk vestigde het echtpaar zich in de gemeente Haarlemmermeer, waar zij betrokken waren bij het opzetten van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. Het gezin verhuisde in 1916 naar Emmen nadat Willem Hendrik daar directeur van het postkantoor was geworden.
In 1917 werd Van Riel-Smeenge benoemd tot arrondissementsschoolopziener in Emmen. Deze functie moest zij in 1924 opgeven nadat een wetswijziging het vervullen van openbare ambten door gehuwde vrouwen verbood. Deze maatregel werd in 1926 ingetrokken, waarna Van Riel-Smeenge in datzelfde jaar inspectrice van het lager onderwijs in de regio Borger werd en in 1936 in Assen. In haar werk als inspectrice zette Van Riel-Smeenge zich in voor de verbetering van het onderwijs, waarbij ze specifiek aandacht besteedde aan onderwijs voor meisjes. Daarnaast speelde ze een belangrijke rol in de oprichting van landbouwhuishoudscholen in Drenthe.
Op zowel politiek als sociaal terrein was Van Riel-Smeenge actief. Zo zette zij zich in voor de bevordering van het volksonderwijs, was zij bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen en bekleedde zij het voorzitterschap van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. Bovendien was zij van 1923 tot 1927 vertegenwoordigster voor de Liberale Staatspartij "De Vrijheidsbond" in de gemeenteraad van Emmen. Ook zat zij in het hoofdbestuur van "De Vrijheidsbond". Ter bestrijding van de gevolgen van werkloosheid richtte zij in de jaren twintig steuncomités op.

Johanna (Jo) Boer
Johanna (Jo) Boer (1906-1985) werd op 15 augustus 1906 geboren in Vierpolders, Zuid-Holland, als oudste dochter van Daniël Boer en Wilhelmina de Jongh. In 1921 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar zij de MULO afrondde. Nadat haar zes broers en zussen het ouderlijk huis hadden verlaten, kreeg Boer de mogelijkheid een opleiding tot lerares Kinderverzorging en Opvoeding te volgen. In 1929 behaalde zij haar diploma en vond zij werk als lerares bij verschillende huishoudscholen in Assen.
In 1930 werd ze benoemd tot directrice van het buurthuis in Emmerschans, een project van Opbouw Drenthe gericht op het verbeteren van de economische en sociale omstandigheden in het veengebied van Zuidoost-Drenthe. Dit markeerde het begin van haar loopbaan bij Opbouw Drenthe. Toen in 1930 de organisatie haar activiteiten uitbreidde naar de gehele provincie, werd Boer benoemd tot directrice van het Instituut voor Jeugd- en Ontwikkelingswerk. In 1937 behaalde zij het diploma MO-Pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook Boer onder in Limburg, nadat zij weigerde onder NSB-toezicht te werken. Na de bevrijding keerde zij terug naar Drenthe om haar werkzaamheden bij Opbouw Drenthe te hervatten.
In 1949 ontving Boer een studiebeurs van de Verenigde Naties om onderzoek te doen naar community organization (opbouwwerk) in de Verenigde Staten. Dit onderzoek vormde de theoretische basis voor haar boek Maatschappelijk Opbouwwerk: verkenning op het gebied van community organization, dat in 1960 verscheen en uitgroeide tot een standaardwerk op dit gebied. In 1951 volgde zij Jacob Cramer op als directrice van Opbouw Drenthe, waarbij zij een belangrijke bijdrage leverde aan de professionalisering van het opbouwwerk in Nederland, met name in de plattelandsgebieden.
Boer speelde een prominente rol op zowel nationale als internationale congressen, publiceerde wetenschappelijke artikelen en was actief in diverse commissies. Na haar pensionering in 1969 schreef zij in 1975 het boek Dorp in Drenthe, waarin zij de sociale veranderingen in de gemeente Zweeloo tussen 1930 en 1970 analyseerde.
Voor haar verdiensten werd zij in 1956 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en in 1969 bevorderd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Jo Boer overleed in 1985 op 79-jarige leeftijd.

8.2 Familiearchieven waar vrouwen in voorkomen
Familie Willinge
Familie Van der Feltz
Familie Booys/ Kluiving
Familie Heerspink
Familie Ten Heuvel te Zuidwolde
Familie Derks te Ruinerwold
Familie Draaijers te Oosterhesselen
Familie Landweer
Familie Hoenderken
Familie Nijsingh
Familie Oldenbanning te Oosterhesselen
Familie Kymmell te Smilde, aanvulling
Familie Oosting en aanverwante geslachten
Familie Van der Scheer
Familie Smidt
Familie Wildeboer
Hamminga
Familie Gratama
Families Bloemberg en Wiechers te Eemster
Abrahamy
Familie Boelen
Familie Batten, waarin ook stukken van de familie Arink
Familie Carsten (Karst, Kerssies, Kerstgens etc.) te Ruiner
Familie Brunsting
Familie IJken
Familie Klaasen
Familie Ebbinge
Familie Beens
Familie Dannenberg
Familie Gold, Kolderveen
Familie Eijsen
Familie Kuiper
Familie Mulder
Familie Karsten te Hoogeveen
Familie Olthof
Dokter te Zeyen/Peest
Hiddingh
Familie Draaijers te Oosterhesselen
Familie Sikkinge
Familie Smit
Familie Thalen
Familie Meijeringh, Schieven
Familie Meijering
Familie Ten Heuvel te Dwingeloo
Familie Honeroth
Familie Tijmens
Familie Meursinge, Meppel
Het geslacht van Munster en de heerlijkheid Ruinen
Familie Pouwels
Familie Huisman, Dwingeloo
Familie Remmelts
Familie Rolden
Familie Rosing
Familie Santing
Familie Uldriks