
Foto Koch, Hilversum. Collectie J.H. Bergmans-Beins. Maart 1938
Introductie
Tot de negentiende eeuw hadden meisjes en vrouwen slechts beperkte toegang tot formeel onderwijs. Dit veranderde met de invoering van de leerplicht in 1901 en de oprichting van meisjesscholen. Pioniers zoals Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke student en arts in Nederland, baanden een weg voor vrouwen in het hoger onderwijs. In de loop van de twintigste eeuw groeide de deelname van vrouwen in alle onderwijsniveaus sterk, wat bijdroeg aan de economische en maatschappelijke emancipatie van vrouwen. In dit hoofdstuk lees je meer over kleuter-, lager- en voortgezet onderwijs. Het Drents Archief beschikt over meerdere interessante archieven die voor verder onderzoek zijn te raadplegen.
Tip! Raadpleeg de website Drents Archiefnet wanneer je provincie breed onderzoek wilt doen. Zo liggen archieven van gemeentebesturen bijvoorbeeld in de archieven van de desbetreffende gemeente. Deze bevatten vaak veel bronnen over de organisatie van het onderwijs aldaar.
2.1 Kleuteronderwijs
In de negentiende en twintigste eeuw stonden kleuterscholen ook bekend als bewaar- of fröbelscholen, vernoemd naar de pedagoog Friedrich Fröbel, die in Duitsland de eerste kleuterschool oprichtte. Na de verordening op het kleuteronderwijs in 1918 kwamen in het hele land gemeentelijke bewaarscholen, waar ook meisjes naar toe gingen. In het secretariearchief van de gemeente Assen zijn meer bronnen te vinden over de bewaarschool in Assen. In Assen was daarnaast de Asser Fröbelvereniging actief.
De Centrale Vereeniging van den Opbouw van Drenthe (Opbouw Drenthe) hield zich vanaf 1925 bezig met het opzetten van kleuterscholen. In eerste instantie werden kleuterscholen gevestigd in buurthuizen in de veengebieden om veenarbeidsters te ontlasten en te voorkomen dat oudere kinderen de zorg voor hun jongere broertjes en zusjes op zich zouden nemen. In de buurthuizen werden kleuters opgevangen, hier leerden ze spelenderwijs over hygiëne, werden ze voorbereid op de discipline van het basisonderwijs en kregen ze extra voeding wanneer dat nodig was.
Vanaf 1930 zette Opbouw Drenthe een speciale Dienst der kleuterscholen op, die zich bezighield met het opzetten van kleuterscholen in de hele provincie. Deze dienst was ook verantwoordelijk voor de opleiding tot kleuterleidsters. In het archief van de Rijks pedagogische Academie te Meppel zijn stukken te vinden over de opleidingscursussen voor kleuterleidsters die door de Opbouw Drenthe werden verzorgd. In het archief van de Vereniging Ons Dorpshuis in Eelde zijn bronnen te vinden over het opzetten van de kleuterschool aldaar.
In het Drents Archief worden ook de archieven van de opleidingsscholen voor kleuterleidsters in Meppel en Emmen bewaard. Daarnaast bevatten de archieven van kleuter- en lagere scholen in de gemeente Assen bronnen over het kleuteronderwijs in de periode van de jaren zestig tot en met de jaren tachtig.
Tussen 1928 en 1931 was Lize de Haan (1881-1966) inspectrice van kleuterscholen bij de Centrale Vereniging van de Opbouw Drenthe. De Haan werkte mee aan het opzetten van kleuterscholen in de buurthuizen en speelde een belangrijke rol in de vormgeving van het kleuteronderwijs aldaar. Zij werd gezien als expert op het gebied van voorbereidend onderwijs; zo publiceerde ze meerdere werken over kleuteronderwijs-methodieken en gaf ze cursussen en lezingen voor de Bond van Nederlandse Onderwijzers. Over haar werk bij de Opbouw schreef zij: “’t werk bij de Opbouw vond ik dringend nodig en ’t had mijn hele hart […] De resultaten van de [kleuterleidster]opleiding bleken bevredigend. Binnen de gegeven omlijsting was alles zo goed mogelijk ingericht.” In 1931 werd De Haan directrice van de Gemeentelijke kweekschool voor onderwijzeressen bij het voorbereidend onderwijs in Den Haag. Voor haar werk en inzet op het gebied van het kleuteronderwijs werd zij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

2.2 Lager onderwijs
Rond 1850 waren er in de hele provincie Drenthe lagere scholen, waardoor de meeste Drenten, onder wie ook meisjes, toegang hadden tot het onderwijs. Met de invoering van de leerplichtwet in 1901, die alle kinderen verplichtte naar school te gaan, nam het aantal naar schoolgaande meisjes verder toe. Stukken aangaande het lager onderwijs zijn te vinden in het archief van de Gedeputeerde Staten, Bestuursarchief provincie Drenthe en het Secretariearchief gemeente Assen.
Helaas zijn veel schoolarchieven verloren gegaan, waardoor het lastig is om informatie te vinden over meisjes in het lager onderwijs. Toch zijn er in het archief nog enkele sporen van het lager onderwijs te vinden. In het secretariearchief van de gemeente Assen zijn bijvoorbeeld lijsten ondergebracht van kinderen die leerplichtig waren tussen 1911-1915. In het Oud-Archief van de gemeente Assen zijn lijsten te vinden van leerlingen die tussen 1918 en 1943 naar de lagere school gingen.
Daarnaast is ook het archief van de Commissie voor Buitengewoon Lager Onderwijs Drenthe ondergebracht bij het Drents Archief. Deze commissie was in 1948 in het leven geroepen door de Gedeputeerde Staten en onderzocht de staat van het Buitengewoon Lager Onderwijs in Drenthe. Ook stimuleerden zij de verspreiding van scholen voor laagbegaafden.
2.3 Huishoud-, nijverheids- en landbouwhuishoudonderwijs

Het huishoudonderwijs in Nederland begon met de oprichting van de Haagsche Kookschool in 1888. Het huishoudonderwijs had als doel meisjes op te leiden voor een baan als huishoudster of dienstbode, of om hen voor te bereiden op hun toekomstige rol als huisvrouw. De lessen waren gericht op praktische vaardigheden zoals koken, huishoudbeheer, handwerken en voedingsleer.
In het Drents Archief zijn de archieven van de Nutsvlijtschool te Assen ondergebracht. Op deze school konden zowel jongens als meisjes lessen volgen. De school was opgezet door het departement Assen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en stelde zich ten doel om de leerlingen nuttige vaardigheden aan te leren zodat ze een extra inkomstenbron voor de toekomst hadden.
Opbouw Drenthe bood vanaf de jaren dertig ook nijverheidscursussen, kooklessen en opleidingen tot dienstboden aan. Voor een paar centen per les konden de meisjes in buurthuizen lessen volgen over onder andere naaien, persoonlijke verzorging, omgangsvormen, kinderzorg en ziekenverzorging. In de veenstreken bleek namelijk behoefte te zijn aan huishoudonderwijs, omdat veel meisjes uit veen- en landarbeidersgezinnen vanwege werk en het oogstseizoen geen tijd hadden voor school. Daarnaast werkten de meeste meisjes van jongs af aan mee op het land, waardoor zij weinig kennis hadden van het huishouden. Dat was in het licht van het destijds heersende discours over vrouwen onacceptabel. Vrouwen moesten immers goede huisvrouwen worden en zorgdragen voor hun gezin, dat als het fundament van de samenleving werd beschouwd. In het archief van de Opbouw Drenthe vind je meer informatie en bronnen over het nijverheidsonderwijs voor meisjes. In het archief van Ons Dorpshuis in Eelde is archiefmateriaal te vinden over het nijverheidsonderwijs voor meisjes aldaar.
Onder de paraplu van Opbouw Drenthe werd ook de Vereniging voor Huishoudelijke Voorlichting opgericht. De vereniging richtte zich op het ondersteunen van vrouwen en het bevorderen van hun vaardigheden op het gebied van huishoudelijke taken. Dit doel werd nagestreefd door het organiseren van bijeenkomsten, het verspreiden van informatief materiaal over onderwerpen als hygiëne, kinderverzorging, woninginrichting en huishoudkunde, en door het oprichten van kleuterscholen. Het archief bevat onder meer notulen, jaarverslagen en registraties van cursisten, die inzicht bieden in de activiteiten en het bereik van de vereniging.
In Drenthe werd ook aandacht besteed aan het landbouwhuishoudonderwijs. In 1925 werd in Emmen de eerste landbouwhuishoudschool opgezet door het Drents Landbouw Genootschap. Het genootschap speelde een belangrijke rol in het stimuleren van landbouwonderwijs in Drenthe. In het archief van het Drents Landbouw Genootschap zijn verschillende bronnen over de landbouwhuishoudschool te vinden. Ook in de archieven van Opbouw Drenthe, Vereniging Ons Dorpshuis te Eelde, H. A. van Riel-Smeenge en het Secretariearchief gemeente Assen zijn archiefstukken te vinden over landbouwhuishoudonderwijs.
Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge (1879 – 1958) werd op 11 oktober 1879 in Assen geboren en was de dochter van mr. Harm Smeenge en Margaretha Jantina Mos. Van Riel-Smeenge volgde een opleiding aan de Bijzondere Nuts Kweekschool voor Onderwijzeressen in Arnhem. Na het behalen van haar diploma ging zij aan de slag als onderwijzeres in Amsterdam. In 1906 trouwde zij met Willem Hendrik van Riel. Na hun huwelijk vestigde het echtpaar zich in de gemeente Haarlemmermeer, waar zij betrokken waren bij het opzetten van de Nederlandse Bond voor Vrouwenkiesrecht. Het gezin verhuisde in 1916 naar Emmen nadat Willem Hendrik daar directeur van het postkantoor werd.
In 1917 werd Van Riel-Smeenge benoemd tot arrondissementsschoolopziener in Emmen. Deze functie moest zij in 1924 opgeven omdat een wetswijziging het vervullen van openbare ambten door gehuwde vrouwen verbood. Deze maatregel werd in 1926 ingetrokken, waarna Van Riel-Smeenge in datzelfde jaar inspectrice van het lager onderwijs in de regio Borger werd en in 1936 in Assen. In haar werk als inspectrice zette Van Riel-Smeenge zich in voor de verbetering van het onderwijs, waarbij ze specifiek aandacht besteedde aan onderwijs voor meisjes. Daarnaast speelde ze een belangrijke rol in de oprichting van landbouwhuishoudscholen in Drenthe.
Op zowel politiek als sociaal terrein was Van Riel-Smeenge actief. Zo zette zij zich in voor de bevordering van het volksonderwijs, was zij bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen en bekleedde zij het voorzitterschap van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. Bovendien was zij van 1923 tot 1927 vertegenwoordigster voor de Liberale Staatspartij ‘De Vrijheidsbond’ in de gemeenteraad van Emmen. Ook zat zij in het hoofdbestuur van "De Vrijheidsbond". Ter bestrijding van de gevolgen van werkloosheid richtte zij in de jaren twintig steuncomités op.
Het archief van Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge is ondergebracht bij het Drents Archief.
2.4 Voortgezet onderwijs
De wet op het middelbaar onderwijs van 1863 introduceerde nieuwe onderwijstypen voor het voorgezet onderwijs: de burgerschool, de hogere burgerschool en de middelbare school voor meisjes. Hoewel de wet de toelating van meisjes tot de hogere burgerschool niet verbood, moesten meisjes tot 1907 een schriftelijk verzoek indienen bij de minister van Binnenlandse Zaken om tot de hogere burgerschool te worden toegelaten.
In Drenthe waren er hogere burgerscholen in Assen, Coevorden, Emmen en Meppel. De archieven van Rijks Hogere Burgerschool te Coevorden en Rijks Hogere Burgerschool te Meppel zijn ondergebracht in het Drents Archief. Het Drents Archief beschikt niet over het archief van de hogere burgerschool in Assen, maar heeft wel het archief van haar opvolger: het Dr. Nassaucollege.
Daarnaast is in het Drents Archief ook het archief van het gymnasium van Assen te vinden. In dit archief bevinden zich onder andere leerlingenkaarten, jaarverslagen, docentenregisters en statistische gegevens. Hierin zijn ook meisjes en vrouwelijke docenten te vinden.
Tettje Clasina Jolles (1881-1972) was in 1893 de eerste vrouwelijke leerling van het gymnasium in Assen. In 1899 schreef ze zich in voor een studie natuur- en wiskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Drie jaar lang reisde zij elke dag op en neer met de trein naar deze stad. Na drie jaar in Groningen te hebben gestudeerd, vervolgde ze haar studie in Leiden, waar ze werkte onder de befaamde natuurkundige en Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes. In Leiden ontmoette ze Jacob Clay, met wie ze in 1908 trouwde. In 1920 verhuisde het echtpaar naar Bandung in Nederlands-Indië, waar Jacob benoemd werd tot hoogleraar natuurkunde aan de nieuwe Technische Hogeschool aldaar. Tettje assisteerde haar man in het natuurkundelaboratorium, waar ze gezamenlijk metingen uitvoerden naar de intensiteit van atmosferische straling. Hun onderzoek droeg bij aan een dieper begrip van kosmische straling.
TTettje Jolles met collega's in Leiden. Bron: Lewis Pyenson, Empire of Reason: Exact Sciences in Indonesia, 1840-1940
Tip! Ben je op zoek naar docentes uit de negentiende of twintigste eeuw? Kijk dan eens in het Drentsch jaarboekje. Onder de rubriek 'Onderwijs' zijn alle scholen en onderwijzers van de provincie Drenthe opgenomen, inclusief particuliere muziek- en tekendocenten. Daarnaast zijn in het jaarboek ook vrouwen te vinden die lesgaven op fröbelscholen (kleuterscholen).
2.5 Naar de universiteit
Tot 1871 was het voor vrouwen in Nederland niet mogelijk om te studeren. Men geloofde dat studeren de belangrijkste rol van vrouwen, namelijk die van huisvrouw, in de weg zou staan. Daarnaast heerste het idee dat vrouwen minder intelligent waren dan mannen en dat een opleiding te zwaar zou zijn voor hun fysieke gestel.
Daar kwam verandering in toen Aletta Jacobs (1854 – 1929) geneeskunde ging studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen in 1871. Van jongs af aan was zij vastberaden om, net als haar vader en oudere broer, dokter te worden. Dit ging echter niet vanzelf. In een brief aan minister Thorbecke moest zij toestemming vragen om zich te mogen inschrijven op de universiteit. Een definitieve beslissing kwam echter nog niet: eerst moest zij een jaar proef studeren. Hoewel het een zwaar jaar was, kreeg zij na het succesvol behalen van enkele tentamens toestemming om verder te studeren. Uiteindelijk slaagde Aletta in 1878 voor haar artsenexamen, waarmee ze de eerste vrouwelijke Nederlandse arts werd.
In Drenthe was geen universiteit, waardoor Drenten naar instellingen buiten de provincie moesten wanneer zij verder wilden studeren. De meesten van hen gingen naar Groningen, onder wie een aantal vrouwen. Van elke universiteit zijn de gegevens over studenten, professoren en promoties gepubliceerd.
Tip! In de jaarboeken van universiteiten zijn namenlijsten opgenomen van studenten die op dat moment studeerden aan de universiteit. Bij de namen staat ook vermeld waar zij vandaan kwamen en wat zij studeerden. Rijksuniversiteit Groningen, Radboud Universiteit Nijmegen en Wageningen University & Research hebben hun jaarboeken gedigitaliseerd.
Verder lezen
- Boekholt, P.Th.F.M. en E.P. de Booy. Geschiedenis van de school in Nederland vanaf de middeleeuwen tot aan de huidige tijd. Maastricht, 1987.
- Bosch, M. Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid: Aletta Jacobs 1854-1929. Amsterdam, 2005.
- Burg, van der, M. Een half miljoen boerinnen in de klas. Landbouwhuishoudonderwijs vanaf 1909. Heerlen, 1988.
- Burg, van der, M. en I. van Huet."Niet het diploma, maar het huwelijk maakte je tot boerin. Onderwijs voor agrarische vrouwen vanaf 1850 tot 1940.” In: Een tien voor vlijt: meisjesonderwijs vanaf de oudheid tot de MMS. Dekker, K. den, et al. (eds), Zutphen, 1992.
- Dodde, N.L. Het Nederlandse onderwijs verandert: ontwikkelingen sinds 1800. Muiderberg, 1983.
- Haan, de, L. Leidraad de methodiek in kleuterschool. Utrecht, 1937.
- Haan, de, L. Fröbels Plaats in de Moderne Onderwijssystemen. Groningen, 1956.
- Rooy, de, P. Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland. Amsterdam, 2023.