
Drentse boer en boerin met Limburgse vluchteling, Drents Archief
Introductie - Ben Boers
“Het is vandaag een heerlijk zonnige dag, welke de bevrijding van Elp gold. Zo ben ik dus eindelijk onder het drukkend juk van de Duitsers weggesleept. Ik mag wel zeggen weggesleept, want na vijf jaar is het dan onze Engelse bevrijders gelukt de Duitse tirannie te verdrijven.”
Dit schrijft de 11-jarige Ben Boers in zijn dagboek. De nacht ervoor slaapt hij met zijn pleeggezin in de pinkenstal. Er gaan geruchten rond over geallieerden in de bossen rondom het dorp. Zijn pleegmoeder vindt het niet veilig om in huis te slapen. Ben schrijft dat hij op de dag van de bevrijding de Franse parachutisten met ‘Hollandse gezelligheid’ heeft begroet. De bevrijding is een opluchting. Eindelijk is Drenthe verlost van de Duitse bezetter. Zo schrijft ook Ben. Tegelijkertijd breekt er voor Ben en heel veel andere kinderen in Drenthe een spannende tijd aan.

Ben woont in april 1945 al bijna twee maanden bij de familie Boer in Elp. Hij en zijn tweelingzusje, Joke, zijn ‘bleekneusjes’ uit Den Haag. Omdat er in de stad te weinig eten was, zijn ze met de trein naar Drenthe gestuurd. Hier zijn ze verdeeld over verschillende pleeggezinnen. Zo komt Ben bij de familie Boer in Elp terecht en zijn zusje bij een gezin in Westerbork. Hier krijgen ze goed te eten, gaan ze naar school en kunnen ze aansterken. Nu de oorlog voorbij is, is het voor Ben en zijn zusje tijd om terug te gaan naar Den Haag. Wie of wat ze daar zullen aantreffen, weten ze op dat moment nog niet.

Evacués
Ben is één van de vele ‘evacués’ die zich na de oorlog in Drenthe bevinden. Tijdens de oorlog zijn deze mensen uit de westelijke steden en Limburg naar Drenthe gevlucht op zoek naar voedsel en veiligheid. In de weken na de bevrijding houdt het Militair Gezag zich bezig met het opvangen en terugvoeren van deze mannen, vrouwen en kinderen.
Bleekneusjes
Ben en Joke nemen in februari 1945 afscheid van hun ouders op het station van Den Haag, waarna ze samen met ruim 1100 andere kinderen aan de treinreis naar Beilen beginnen. De winter van 1944-1945 wordt tegenwoordig ‘de hongerwinter’ genoemd. Het is erg koud en er is weinig te eten. Vooral in de steden in het westen van Nederland zijn de tekorten groot. Omdat deze nog niet zijn bevrijd, worden ze afgesneden van de toevoer van steenkolen uit Zuid-Limburg en levensmiddelen uit andere delen van het land.

Ondanks de hulp van verschillende hulporganisaties zoals het Rode Kruis, voelen veel mensen de noodzaak om naar het platteland te trekken. Tijdens zogenaamde ‘hongertochten’ trekken mannen, vrouwen en kinderen met de fiets of lopend richting boerderijen in het hele land in de hoop iets te eten te bemachtigen en veilig naar huis te kunnen brengen.
In sommige gevallen is de nood zo hoog dat ouders ervoor kiezen hun kinderen op het platteland te laten onderbrengen. Er worden reddingsacties opgezet door onder andere het Interkerkelijk Bureau en de Duitsgezinde Nederlandse Volksdienst. Vrachtwagens, bussen, treinen, allerlei vervoermiddelen worden ingezet om grote groepen kinderen naar het noorden en oosten van Nederland te vervoeren. Soms moeten de kinderen zelf lopen of fietsen.

Limburgse vluchtelingen
In het najaar van 1945 wordt er een hevige strijd gevoerd tussen de geallieerde troepen en de bezetter om de Maasovergangen bij Sittard en Roermond in Limburg. Om de omwonende burgers in bescherming te nemen, besluit de Duitse bezetter ze te evacueren naar veiligere gebieden. Duizenden evacuees worden daarom in volgepropte veewagons via Duitsland naar Drenthe, Groningen en Friesland gebracht. Tijdens de reis is er geen verwarming, nauwelijks eten en drinken en de constante dreiging van luchtaanvallen.

Op 26 en 27 januari komen de eerste Limburgse vluchtelingen aan in Assen. Vanuit hier worden in samenwerking met het Rode Kruis opvanglocaties voor hen geregeld. Ongeveer twee weken later arriveert een tweede groep evacués uit Limburg in Drenthe. Deze worden verdeeld over verschillende dorpen. In totaal worden er ongeveer 3000 Limburgse evacués in Drenthe ondergebracht.

Re-evacuatie
De dag van de bevrijding van Elp zal voor Ben waarschijnlijk een dubbel gevoel hebben meegedragen. Ben schrijft blij te zijn dat hij verlost is van de Duitse bezetting. Maar tegelijkertijd is Den Haag, de stad waar zijn ouders zijn, nog niet bevrijd. Er is zelfs in maart nog een bombardement geweest op de stad. Ben heeft op dat moment al weken geen contact meer gehad met zijn ouders. Er is geen postverkeer meer, er rijden geen treinen en er zijn veel bruggen verwoest. Hij weet niet of zijn huis er nog zal staan wanneer hij thuis komt en of zijn ouders er nog zijn om hem daar te ontvangen.
Net als Ben wachten duizenden evacués die zich na de bevrijding in Drenthe bevinden, af tot het moment dat ze weer naar huis mogen. De regels over reizen en vervoer die worden ingesteld door het Militair Gezag zorgen voor veel verwarring bij de evacués. Zij hopen zo snel mogelijk weer naar huis te kunnen. Maar tegensprekende berichten van het Militair Gezag maken het onduidelijk hoe en wanneer dit zou kunnen.
Het Militair Gezag speelt na de bevrijding een belangrijke rol in de re-evacuatie. Samen met de afdeling Afvoer Burgerbevolking van het Bureau voor Oorlogsslachtoffers in Hoogeveen proberen ze dit op een gestructureerde manier te laten verlopen. Om te voorkomen dat mensen terugkeren naar een woonplaats die ze niet kunnen ontvangen, moeten de evacués eerst bij hun eigen woonplaats informeren of zij daar terecht kunnen. Het blijkt voor veel evacuees onduidelijk te zijn bij welke instantie zij hiernaar moeten informeren waardoor het vaak lang duurt voordat zij antwoord hebben. Ook is er een tekort aan vervoermiddelen om iedereen in snel tempo naar huis te brengen. Daarom zijn er in het begin van juli 1945 nog steeds honderden evacués in Drenthe die nog niet naar huis kunnen.

Terug naar huis
Het lange wachten en de onduidelijke aanpak van overheidsinstanties zorgen ervoor dat veel mensen besluiten zelfstandig terug naar huis te reizen. Al lopend, fietsend of liftend gaan ze, tegen de regels van het MG in, terug naar huis. Zo ook Ben en zijn zusje. Een aantal weken na de bevrijding beginnen ze aan hun reis terug naar Den Haag. Op de eerste dag komen ze niet verder dan Amersfoort, waar ze buiten overnachten. Vanaf daar liften ze via Utrecht naar Den Haag. Al weken hebben ze niets van hun ouders vernomen. Pas als ze bij hun huis aanbellen en hun vader de deur voor ze open doet komt het verlossende antwoord. Het hele gezin is ongeschonden de oorlog doorgekomen. Alleen de hereniging met moeders moet nog even op zich laten wachten, die is namelijk net onderweg naar Drenthe om haar kinderen op te halen.

Een onzekere tijd
Met de bevrijding van Drenthe breekt een onzekere tijd aan voor de duizenden evacués die zich nog in de provincie bevinden. Waar ze enerzijds de bevrijding vieren, zijn er anderzijds zorgen over de delen van Nederland die nog niet zijn bevrijd. En zorgen over familie waar al weken geen contact mee is geweest.
Ben Boers is één van deze evacués. Hij beleeft in Drenthe zo’n fijne tijd dat hij zich hier later voor goed heeft gevestigd. Ook voor Ben duurt het lang voordat hij weer naar Den Haag kan terugkeren. Waar het vervoer naar Drenthe zo goed georganiseerd lijkt te zijn geweest - er stond eten voor de kinderen klaar bij aankomst, en ze werden allemaal ondergebracht in pleeggezinnen - is hun terugkeer een stuk minder goed geregeld. Er is een tekort aan vervoermiddelen en de communicatie met de plaatsen van herkomst van de evacués verloopt stroef. Het duurt nog maanden voordat de meeste evacués in Drenthe eindelijk met hun eigen familie, in hun eigen woonplaats, van de vrijheid kunnen genieten.

Bronvermelding
De bovenstaande informatie is voor een groot deel afkomstig uit archiefmaterialen van het Drents Archief. Verder is de volgende literatuur geraadpleegd:
- "Assen, Limburgse evacués,” Oorlogsgravenstichting, geraadpleegd 6 februari 2025.
- David Barnouw. De Hongerwinter. Hilversum: Verloren, 1999.
- “Kinderevacuaties,” Verzetsmuseum, geraadpleegd 6 februari 2025.
- “Limburg en Friesland, verbonden door de oorlog,” Historiek, geraadpleegd 6 februari 2025.
Geraadpleegde archieftoegangen
- Het dagboek van Ben Boers, ongeïnventariseerd archief, Drents Archief.
Informatie over evacués in Drenthe:
- Toegangsnummer 0146, Districts Militair Commissaris Emmen 1945.
Inventarisnummer 1, Verslag Militaire Commissaris en weekverslagen van de gemeenten in het district.
- Toegangsnummer 0147, Districts Militair Commissaris Meppel, 1945.
Inventarisnummer 1, Correspondentie en weekverslagen van de M.C.
Inventarisnummer 73, Correspondentie en circulaires betreffende re-evacuatie; lijsten van evacués uit verschillende steden afkomstig.
Begrippenlijst
Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers (CBVO): Het CBVO hield zich tussen 1945 en 1948 bezig met allerhande zaken omtrent oorlogsslachtoffers in Nederland. In Hoogeveen bevond zich een locatie van het CBVO. In het Drents Archief is correspondentie te vinden tussen dit bureau en de Militair Commissaris van Drenthe.
Nederlandse Volksdienst (NVD): De NVD werd in 1941 opgericht op initiatief van de Duitse bezetter. De NVD had als doel al het maatschappelijk werk in Nederland over te nemen.
Interkerkelijk Bureau (IKB): Het IKB werd in 1944 opgericht op initiatief van het Interkerkelijk Overleg om voedsel, kleding en levensmiddelen te verstrekken.
Militair Gezag (MG): Een door de Nederlandse regering in Londen in 1944 gecreëerde instantie, die tot taak had de voorheen door de Duitsers bezette gebieden als militaire gezagsdragers op te treden.