Kinderen van collaborateurs
Het verhaal van Antje Buursma

Collectie Asser Historische Vereniging, Drents Archief
Het verhaal van Antje Buursma

De geallieerden rukken begin april 1945 in een rap tempo op richting Assen. Antje Buursma is op dat moment 17 jaar oud. Ze voelt zich opgelucht: de oorlog lijkt niet lang meer te duren! Wanneer kennissen haar bellen om haar te waarschuwen, beseft ze dat ze niet langer in Assen kan blijven. De geallieerden zullen haar als vijand zien. De vader van Antje is namelijk lid van de weerbaarheidsafdeling (WA) van de Nationaal Socialistische Bond (NSB). Antje zelf is lid van de Jeugdstorm, een jongerenorganisatie die nauwe banden heeft met de NSB. Toch heeft ze altijd gedacht dat haar vader niets moest hebben van de Duitse bezetter. Later ontdekt ze dat haar vader een belangrijke rol speelde binnen de NSB. Een rol waar Antje weinig vanaf wist, of misschien niet wilde weten.

De vader van Antje, Tunnis Buursma, sluit zich in 1933 lid aan bij de NSB. Deze politieke partij is in 1931 opgericht door Anton Mussert en Cees van Geelkerken. In 1943 bereikt het aantal leden een hoogtepunt. In Drenthe zijn dan ruim 13% van de inwoners lid van de partij. Tijdens de bezetting helpen veel NSB’ers de Duitsers, onder andere met het oppakken van Joodse Nederlanders en verzetsstrijders.
Tunnis Buursma speelt een belangrijke rol binnen de partij. Hij richt de Weerbaarheidsafdeling (WA) in Drenthe op, de knokploeg van de NSB. Uiteindelijk wordt hij Heerbancommandant van die organisatie. In juni 1944 wordt hij doodgeschoten tijdens een poging een verzetsstrijder te arresteren in Musselkanaal. Zijn begrafenis is een grote gebeurtenis waarbij zelfs NSB-leider Anton Mussert aanwezig is. Het wordt gebruikt als gelegenheid om te laten zien hoe groot de NSB is.


De actieve rol van Tunnis Buursma binnen de Drentse WA blijkt uit zijn fotoalbum, dat bewaard wordt in het Drents Archief. Bekijk meer foto's in onze Beeldbank.
Foto linksboven: Commandant van de (WA) Mr. Arie Johannes Zondervan (tweede van rechts) bij de hunebedden bij Rolde, 1941, Tunnis Buursma. Collectie Drents Museum, Drents Archief.
Foto rechtsboven: Een colonne van de WA marcheert over de Dennenweg in Assen, 1941, Tunnis Buursma. Collectie Drents Museum, Drents Archief.
Foto linksonder: Bijeenkomst van de NSB uit diverse plaatsen in Drenthe op de Markt in Assen, 1941, Tunnis Buursma. Collectie Drents Museum, Drents Archief.
Foto rechtsonder: Commandant van de (WA) Mr. Arie Johannes Zondervan in Drenthe, 1941, Tunnis Buursma. Collectie Drents Museum, Drents Archief.
Vanwege de rol van haar vader is het voor Antje niet meer veilig om in Assen te blijven. Haar moeder is vaak ziek en wordt opgenomen in een herstellingsoord in Bennekom. Antje besluit daarom in haar eentje naar een tante te gaan. Ze stapt op de fiets en reist over de afsluitdijk naar Alkmaar. Maar haar tante wil niks met NSB'ers te maken hebben en stuurt haar meteen weer weg. Om onderdak te hebben gaat ze aan het werk bij een boer in de omgeving, maar als hij erachter komt wie ze is, moet ze vertrekken. Ze besluit door te fietsen naar haar grootouders in Rotterdam. Op de dag van de bevrijding van Rotterdam komt ze daar aan. Bij haar opa en oma is ze welkom, maar van haar oom en tante die op dat moment bij hen inwonen, mag ze niet blijven.
Antje zwerft inmiddels al weken rond en tot overmaat van ramp wordt haar fiets gestolen. Ze besluit nog één laatste adres te proberen en vertrekt te voet naar een tante in Deventer. Onderweg krijgt ze gelukkig een lift van Canadese militairen. Haar tante laat haar binnen, maar zodra de buren er lucht van krijgen dat Antje de dochter is van een NSB’er, verraden ze haar. Ze verblijft nog een dag bij haar tante en vertrekt dan noodgedwongen. Opnieuw moet ze op zoek naar een ander adres. Antje ziet geen andere mogelijkheid dan terug te lopen naar Assen. Ze geeft zich meteen aan bij het politiebureau.
Waar voor veel mensen de bevrijding een opluchting is, betekent het voor anderen het begin van een periode vol onzekerheid en leed. In heel Nederland gaat het feestgedruis van de bevrijding gepaard met het openlijk straffen van mensen die ervan worden verdacht te hebben gecollaboreerd met de Duitsers.

Ook in Drenthe pakken mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) collaborateurs op. De verdachten worden in colonnes naar gevangenissen en interneringsplekken gebracht. Op de dag van de bevrijding komen tientallen mensen zo in het Huis van Bewaring op de Brink in Assen terecht, van zware gevallen tot meisjes die uit zijn geweest met een Duitse soldaat.

Na een tijdje neemt het Militair Gezag (MG) het oppakken van de collaborateurs over om te voorkomen dat burgers na de bevrijding wraak nemen op deze mogelijke ‘landverraders’. Het Militair Gezag gaat op gestructureerde wijze aan de slag met het arresteren van collaborateurs met als doel om ze zo snel mogelijk uit de samenleving te verwijderen. Dit leidt tot massa’s arrestaties, soms zonder enig bewijs. Dit heeft grote gevolgen voor de 4.000 Drentse kinderen van NSB-ouders die ineens van hun vader en moeder worden gescheiden. Ze worden opgevangen in verschillende kampen, leegstaande scholen of waar er maar plek is.

Terug naar het verhaal van Antje. Na vele adressen waar ze is weggestuurd, besluit ze zichzelf aan te geven. Op het politiebureau in Assen herkennen ze Antje meteen. Ze komt in een cel terecht en daarna wordt ze samen met vermeende collaborateurs in een grote colonne naar Kamp Westerbork gebracht. Het voormalige doorgangskamp is nu ingericht als interneringskamp. Wanneer ze onderweg te snel of juist te langzaam loopt, wordt ze geslagen met een wapenstok. In het kamp scheren de bewakers Antje en de andere geïnterneerden helemaal kaal om te voorkomen dat de luizenplaag die daar heerst zich nog verder kan verspreiden. Antje ziet hier ook haar moeder weer terug en een vriendin. Ze verblijven samen met andere vrouwen in dezelfde barak. Weinig eten en veel geweld zijn aan de orde van de dag.
Antje is één van de vele kinderen van NSB-ouders voor wie in Drenthe na de oorlog opvang nodig is. Veel kinderen komen terecht bij familie en buren. Als dat niet lukt, regelt het Bureau Bijzondere Jeugdzorg van het Militair Gezag een opvangplek, bijvoorbeeld in jeugd-tehuizen of oude werkkampen. Dat geldt niet voor Antje. Ze is bijna 18 jaar en daarom te oud voor de kinder locaties.
Het Drents Archief bewaart het uitgebreide archief van het Militair Gezag in Drenthe. Hierin is een lijst te vinden met de opvanglocaties voor kinderen van collaborateurs. Een aantal van deze locaties is uitgelicht op onderstaande kaart.


Tijdens de oorlog heeft kamp Vledder eerst dienstgedaan als gevangenkamp voor Joodse Nederlanders. In 1944 is het een kamp van de Nationale Arbeidsdienst. Na de oorlog verblijven er kinderen van NSB'ers. Foto: De barakken van kamp Vledder, 1945-1950 door Rudolph Otto van Holthe tot Echten. Collectie Maatschappij van Weldadigheid, Drents Archief.

Van januari tot en met oktober 1942 zijn werkkampen Diever A en Diever B werkkampen voor joodse Dwangarbeiders. Na de oorlog doen ze dienst als werkverruimingskampen van het Militair gezag. In werkkamp Diever A verblijven er moeders met kinderen uit NSB-gezinnen en in Diever B worden jonge kinderen ondergebracht.
Foto: Werkkamp Diever A, 1940-1946. Collectie Drents Museum, Drents Archief.

Aan het Oranjekanaal, dicht bij Oranje, doet deze schuur tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst als werkkamp voor joodse dwangarbeiders. Na de oorlog worden hier kinderen van NSB'ers gehuisvest.
Foto: Werkkamp boerderij Oranjekanaal, door Marten Jongman. Collectie Joods Monument.

Rijkswerkkamp De Fledders in de buurt van Westervelde is in de jaren 30 opgericht als werkverschaffingskamp. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het in gebruik als huisvesting voor joodse dwangarbeiders. Na de oorlog verblijven er kinderen van NSB’ers.
Foto: Werkkamp de Fledders. Collectie Joodse Werkkampen.

Ook in Roden wordt in de jaren 30 een werkverschaffingskamp opgericht. Na de oorlog verblijven er kinderen van collaborateurs.
Foto: Werkkamp "Roden" aan de Esweg te Roderesch. 1935-1940. Collectie Historische Vereniging Roon, Drents Archief.

Kamp Papenvoort, in de buurt van Rolde, is tijdens de oorlog in gebruik om dienstweigeraars gevangen te houden. Na de oorlog worden hier zonen van NSB’ers gehuisvest. Later is het een jongensinternaat.
Foto: Kamp Papenvoort, 1940. Collectie W. van Bockel, Drents Archief.

Kamp Pieterberg, in de buurt van Westerbork, wordt opgericht als werkkamp voor de Nederlandse Arbeidsdienst. Na de oorlog verblijven hier onder andere kinderen van NSB’ers.
Foto: Ansichtkaart Kamp Pieterberg Westerbork, uitgegeven door Hollandia, Scheltens en Giltay, Amsterdam

In het werkkamp Diaconieveen nabij Zweeloo worden kinderen van collaborateurs opgevangen.
Foto: De boerderij van het Werkkamp Diaconieveen te Zweeloo, 1940-1950. Collectie Drents Museum, Drents Archief
Na de oorlog worden de kinderen van collaborateurs gezien als ‘politiek besmette jeugd’. Zij moeten heropgevoed worden, is het idee. Daarom worden ze vaak met harde hand aangepakt. De omstandigheden in de opvanglocaties zijn over het algemeen slecht. Er zijn geen fatsoenlijke bedden met beddengoed, weinig levensmiddelen en dominees en pastoors komen er liever niet. Ook kappers weigeren te komen, omdat er vaak sprake is van luizenplagen. De kinderen zijn op veel scholen niet welkom, totdat de regering het verplicht stelt om ze toe te laten. Op school worden de kinderen vaak gepest door medeleerlingen en onderwijzers.
Het verhaal van Antje is een van de vele voorbeelden van wat de kinderen van NSB’ers na de oorlog meemaakten. Ze werden het slachtoffer van de daden van hun ouders en leefden soms jarenlang in opvanglocaties onder erbarmelijke omstandigheden. Vaak hielden ze psychische klachten over aan het verleden van hun ouders. Waar voor veel mensen de bevrijding een opluchting was, betekende het voor deze kinderen juist het begin van een zware periode.

De bovenstaande informatie is voor een groot deel afkomstig uit archiefmaterialen van het Drents Archief. Verder is de volgende literatuur geraadpleegd:
Voor de lijst met kampen in Drenthe waar kinderen van Collaborateurs werden gehuisvest:
Voor informatie over de omstandigheden in de kampen waar kinderen van Collaborateurs werden gehuisvest:
Binnenlandse Strijdkrachten (BS): De BS was een officiële samenwerking tussen verschillende Nederlandse verzetsgroepen. Zij droegen onder andere bij aan het bevrijden van grote delen van Nederland.
Collaborateurs: Mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter samenwerkten.
Dienstweigeraars: Geheel of gedeeltelijk weigeren van de militaire dienstplicht.
Lüneburgers: Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, vluchtten veel leden van de NSB naar Duitsland. Zij waren bang dat de bevrijding van Nederland dichtbij was. Deze NSB'ers werden opgevangen op de Lüneburger heide in Duitsland. De Duitsers stuurden hen vanaf maart 1945 deze mensen weer terug naar Nederland.
Militair Gezag (MG): Een door de Nederlandse regering in Londen in 1944 gecreëerde instantie, die tot taak had de voorheen door de Duitsers bezette gebieden als militaire gezagsdragers op te treden.
Nederlandse Arbeidsdienst (NAD): De NAD werd in 1940 opgericht om werkloosheid als gevolg van ontslag uit het leger te verminderen. In eerste instantie was toetreden tot de NAD vrijwillig. Vanaf 1942 werd dit voor volwassen Nederlanders verplicht. In de kampen van de NAD werden mannen en vrouwen te werk werden gesteld.
Nationale Jeugdstorm: Nederlandse jongerenbeweging die heeft bestaan van 1934 tot 1945. De beweging was georganiseerd naar voorbeeld van de Duitse Hitlerjugend.
Nationaal Socialistische Beweging (NSB): De NSB was een politieke partij en werd opgericht in 1931. De partij huldigde de ideologie van het Nationaalsocialisme en aan het eind van de jaren sympathiseerde openlijk met Hitler.
Weerbaarheidsafdeeling (WA): Paramilitaire weerkorps van de NSB. Mussert gaf in 1941 opdracht dat mannelijke leden van de NSB in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar verplicht moesten toetreden tot de WA. De WA speelde een belangrijke rol in de militarisering van de NSB en het leveren van manschappen voor de Duitse oorlogsvoering.
WA Heerbancommandant: Hoge rang van de Weerbaarheidsafdeeling.
Werkverruimingskampen: Joodse werkkampen waarin vanaf januari 1942 op last van de Duitse bezetter Joodse werklozen te werk werden gesteld.
Werkverschaffingskamp: Kampen ontstaan in de crisisjaren 1930-40. Hierin werden werklozen ondergebracht die werkten aan georganiseerde projecten zodat ze een nuttige tijdsbesteding hadden.