Spring naar inhoud

Archief van Heiden Reinestein

Zoeken naar Drentse slavenhouders

Introductie

Als je op zoek gaat naar Drentse slavenhouders kun je op verschillende manieren te werk gaan. Om te beginnen is het belangrijk om te weten dat personen of families vroeger op verschillende manieren slavenhouder konden zijn. Bijvoorbeeld door het bezit van aandelen in plantages. Dat kwam in Nederland, en ook in Drenthe, regelmatig voor. Deze aandelen waren gekocht of geërfd van familieleden. Zonder ooit zelf de slaafgemaakten van dichtbij te zien kon men op die manier profiteren van de opbrengsten van het werk dat ze deden op de plantages. Daarnaast waren er mensen die vertrokken naar de Nederlandse overzeese koloniën om daar een onderneming op te zetten die draaide op slavenarbeid. Andere Nederlanders hadden in de koloniën slaafgemaakten als bedienden in huis. Dat kwam met name voor in de Nederlandse Aziatische koloniën.

De tijd en plaats die je onderzoekt bepalen de onderzoeksmethode. Hieronder staan tips over hoe je het beste te werk kunt gaan.

5.1Bronnen voor Atlantische slavernij

Verschillende negentiende-eeuwse naamregisters van slaafgemaakten in Suriname en de Antillen zijn geïndiceerd en doorzoekbaar gemaakt. De eigenaren staan ook in deze overzichten vermeld. Van de periode waarin de West-Indische Compagnie, de Sociëteit van Suriname en de Sociëteit van Berbice het voor het zeggen hadden (in de zeventiende en achttiende eeuw), zijn zulke overzichten niet of nauwelijks bewaard gebleven. De archiefstukken uit deze periode die wel aanwezig zijn, zijn voor een groot deel getranscribeerd en doorzoekbaar gemaakt. Ook zijn er zoekhulpen beschikbaar voor plantages op Curaçao en in Suriname voor de achttiende en negentiende eeuw. Ze verwijzen naar archiefmateriaal binnen en buiten Nederland. Deze archieven uit de negentiende eeuw zijn vaak niet getranscribeerd. Gelukkig is er al veel onderzoek gedaan naar deze plantages. Het loont dan ook om je eerst te verdiepen in de online bronnen en publicaties die dit onderzoek hebben opgeleverd. De zoekhulpen verwijzen zelf ook naar deze bronnen en publicaties.

5.1.1Surinaamse en Antilliaanse naamregisters van slaafgemaakten en eigenaren, 18e en 19e eeuw

De zoekhulp ‘Slavernijverleden’ van het Nationaal Archief bevat onder andere een overzicht van verschillende naamregisters van slaafgemaakten en hun eigenaren uit Aruba, Curacao, Sint-Eustatius en Suriname. Deze naamregisters zijn voornamelijk (maar niet uitsluitend) aangelegd naar aanleiding van de manumissies van slaafgemaakten. Een manumissie was de juridische term voor de vrijlating. De slaafgemaakten kregen vaak pas bij een vrijlating een achternaam toegekend. Daarom zijn deze naamregisters een zeer waardevolle bron voor genealogisch onderzoek naar slaafgemaakte voorouders. Omdat de eigenaren van de slaafgemaakten ook vermeld worden, vormen de naamregisters ook een goede bron om slaveneigenaren op het spoor te komen.

Met uitzondering van het register over Nederlands-Indië verwijzen alle andere registers naar Suriname en de Antillen. Het gaat om registers uit de negentiende eeuw, met uitzondering van de namenlijst ‘Curacao: Vrij van Slavernij (manumissies) 1722-1863’ en ‘Suriname: Vrijgelaten slaven (manumissies) 1722-1863’. Deze naamregisters zijn geïndiceerd en doorzoekbaar gemaakt. Vaak staat bij de namen van de eigenaren ook de plaats van herkomst vermeld. 

Dit lijkt voornamelijk het geval te zijn in de lijst ‘Suriname en de Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde tot slaaf gemaakten (Emancipatie 1863)’. Deze lijst is onderdeel van het Compensatiedossier 1863. Voorafgaand aan de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen in dat jaar, had de Nederlandse overheid een overzicht gemaakt van zowel de vrijverklaarde slaafgemaakten als hun voormalige eigenaren. Op basis van dit overzicht konden de voormalige eigenaren aanspraak maken op een vergoeding van driehonderd gulden per slaafgemaakte. In tegenstelling tot de overzichten uit eerdere periodes kwamen nu de aandeelhouders op afstand wel in beeld. 

Tijdens het onderzoek naar het Drentse slavernijverleden hebben we door te zoeken in het Compensatiedossier 1863 op Drentse plaatsnamen, meerdere Drentse aandeelhouders van Surinaamse plantages gevonden. 

5.1.2Atlantische archieven voor de 17e en 18e eeuw

Behalve de registers van manumissies zijn er ook andere manieren om te zoeken naar informatie over slavenhouders in de Nederlandse Atlantische koloniën. Veel van de archieven uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn inmiddels gescand, getranscribeerd en doorzoekbaar gemaakt. De belangrijkste archieven voor de Atlantische gebieden in de zeventiende en achttiende eeuw zijn:

Zoeken in transcripties

De volgende archieven zijn gescand, getranscribeerd en doorzoekbaar gemaakt met de zoekmachine van historicus en programmeur Gerhard de Kok:
- de Sociëteit van Suriname
- de Dutch Series Guyana (te vinden onder het Overzicht van archieven over Guyana) 
- de Sociëteit van Berbice 
- de Raad van Koloniën 
- de Collectie Verspreide West-Indische stukken
- de Oude en de Tweede West-Indische Compagnie. 

Het is verstandig om eerst te kijken in deze archieven naar de relevante stukken die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite aard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken.

Om te zoeken naar slaafgemaakten en hun eigenaren in deze zoekmachine is het belangrijk de juiste zoektermen (zie de bijlage hieronder. Let op: hier zitten ook woorden tussen die tegenwoordig niet meer op dezelfde manier gebruikt worden) te gebruiken. Raadpleeg vooral ook de zoekinstructie voor effectief zoeken met deze zoekmachine.

Nog meer tips vind je in de zoekhulpen hieronder over plantages op Curaçao en in Suriname. De beide zoekhulpen verwijzen naar de bovenstaande archieven. Je kunt gericht zoeken door gebruik te maken van de filters in de zoekmachine.

5.1.3Plantages op Curaçao en in Suriname in de 18e en 19e eeuw

Plantages op de Antillen in de achttiende en negentiende eeuw

Op de website van het Nationaal Archief staat een zoekhulp voor onderzoek naar plantages op Curaçao. Deze verwijst voornamelijk naar de archieven van Curacao, Bonaire en Aruba. Hoewel er alleen wordt verwezen naar plantages op Curaçao, is het ook de moeite waard om de zoekhulp te gebruiken voor informatie over slavernij op Aruba en Bonaire. De zoekhulp verwijst bijvoorbeeld naar een reeks notariële akten of hypotheekakten die relevant zijn voor plantages op Curaçao. Logischerwijs zou dergelijke informatie over de andere eilanden op een vergelijkbare plek in het archief terug te vinden moeten zijn.

Plantages in Suriname in de achttiende en negentiende eeuw

Het Nationaal Archief heeft ook een zoekhulp gemaakt voor onderzoek naar plantages in Suriname in de achttiende en negentiende eeuw. Het nuttige van deze zoekhulp is dat deze uitlegt wat de relevante archieven zijn voor onderzoek naar Suriname in de negentiende eeuw, aangezien de Sociëteit van Suriname en de West-Indische Compagnie archieven toen niet langer meer bestonden. Veel van deze archieven zijn gescand, maar nog niet getranscribeerd en doorzoekbaar gemaakt (met uitzondering van de Sociëteit van Suriname). Veel informatie is te vinden in de notariële archieven van Suriname.

Systematisch onderzoek in deze archieven is een arbeidsintensief karwei. Daarom is het verstandig om vooraf eerst te kijken op websites over Surinaamse plantages en de verschillende Surinaamse en West-Indische Almanakken. Met name de website ‘Suriname Heritage Guide’ bevat geschiedenissen van bijna elke afzonderlijke plantage in Suriname. In deze geschiedenis staan de namen van veel eigenaren vermeld. Daarnaast vormen de Surinaamse en later de West-Indische Almanakken (1793-1860, met onderbrekingen) een handig overzicht van de eigenaren van de verschillende plantages en van de ambtenaren en overheidsfunctionarissen in het gebied.

5.2Bronnen voor Zuid-Afrikaanse, Oost-Afrikaanse en Aziatische slavernij

Hier vind je verwijzingen naar de relevante bronnen over de slavernij die bestond gedurende de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in de Nederlandse koloniën in Zuid-Afrika, de Oostkust van Afrika en in Azië. In tegenstelling tot de Atlantische slavernij zijn hier geen uitgebreide naamregisters van slaafgemaakten en hun eigenaren te vinden. Hoewel plantageslavernij ook bestond in deze koloniën, waren de meeste slaafgemaakten werkzaam als bedienden in huis. De VOC beschikte in de zeventiende en achttiende eeuw wel over de zogenaamde ‘Compagniesslaven’, maar de meeste slaveneigenaren waren private slaveneigenaren. Onder deze private slaveneigenaren bevonden zich vervolgens wel weer veel VOC-dienaren. Zelfs in de huishoudens van veel lagere VOC-dienaren waren slaafgemaakten werkzaam. 

5.2.1Slavernij onder de VOC in de 17e en 18e eeuw

Voor de periode van 1602 tot 1800 zijn archiefstukken die een relatie hebben met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de belangrijkste bron om slavernij in deze gebieden te onderzoeken. De meeste informatie ligt  in het Nationaal Archief in Den Haag, maar er zijn ook stukken te vinden in het Stadsarchief Amsterdam, het Utrechts Archief, het Westfries Archief, het Zeeuws Archief en de Universiteitsbibliotheek Leiden. In het buitenland gaat het om het Nationaal archief van Indonesië, het archief van Sri Lanka in Colombo, de Western Cape Archives in Kaapstad en de Tamil Nadu archives Chennai in India. Het Nationaal Archief heeft een zoekhulp gemaakt voor informatie over de VOC:  

Gerechtelijke archieven

Sporen van Oost-Indische slavernij vind je vooral in de gerechtelijke archieven in het algemene archief van de VOC, zoals de ‘Ingekomen stukken van de Raad van Justitie in Batavia bij de Heren XVII en de Kamer Zeeland’ (inventarisnummers 9346 t/m 9540). De rechtbanken in VOC-vestigingen waren verantwoordelijk voor de controle op de transacties en alle andere handelingen rondom het eigendom van de slaafgemaakten.

Testamenten

Testamenten van VOC-dienaren vormen ook een goede bron voor onderzoek naar de eigenaars van slaafgemaakten (VOC-archief, inventarisnummers 9847 t/m 6939). Na het overlijden van een VOC-dienaar werden de slaafgemaakten vermeld als onderdeel van de inboedel van de overledene. Het Nationaal Archief heeft een index gemaakt op deze testamenten die doorzoekbaar is op de achternaam en voorletters van de overledene. Het is helaas niet mogelijk te zoeken op de geboorteplaats van de overledene. De testamenten zijn gescand, maar (nog) niet getranscribeerd.

VOC: Opvarenden

Als je nog niet precies weet op welke naam je wilt zoeken dan kan het helpen om eerst te kijken in de de database VOC: Opvarenden. In tegenstelling tot de database van de testamenten staat hier de plaats van herkomst van de VOC-dienaaren wél vermeld. Door deze twee databases te combineren kun je misschien op het spoor komen van Drentse VOC-dienaren die slaafgemaakten in hun testament hebben vermeld.

Voor het onderzoeksrapport over Drenthe en het slavernijverleden is de database ‘VOC’ opvarenden al doorzocht op Drentse plaatsnamen. Dit heeft in totaal 480 vermeldingen opgeleverd van Drentse opvarenden in de scheepssoldijboeken. Als je zoekt naar Drenten die in de Oost-Indische koloniën zijn overleden en die wellicht een testament hebben achtergelaten, dan is de onderstaande lijst met namen een handig beginpunt.

Overgekomen brieven en papieren

In de overgekomen brieven en papieren bij de Kamer Zeeland en de Kamer Amsterdam van de VOC is ook informatie te vinden over slavernij in de gebieden waar de VOC actief was. De informatie is wat algemener en gaat minder vaak over specifieke individuele slaafgemaakten en hun eigenaren. Wel zijn hierin soms overzichten van VOC-vestigingen te vinden met ‘gezinsrollen’. Hierin werd de samenstelling van een huishouding met een gemiddeld aantal slaafgemaakten vermeld. De overgekomen brieven en papieren zijn geïndiceerd. Je kunt erin zoeken op naam van de VOC-hoofdvestiging, het jaar waarin de brief is opgesteld, een korte beschrijving van de inhoud en op geografische namen. Hoewel deze collectie minder geschikt is voor het opsporen van individuele slaafgemaakten en eigenaren, is deze wel een goede bron voor onderzoek naar de bredere context van slavernij in een bepaalde vestiging op een bepaald moment. Je kunt zo een completer beeld te krijgen van de situatie van de persoon die je onderzoekt.

Zoeken in transcripties

In het project De ijsberg zichtbaar maken zijn grote hoeveelheden gescande archiefstukken met Handwritten Text Recognition (HTR) getranscribeerd. Van het VOC-archief in Den Haag zijn de inventarisnummers 7527 tot en met 9540 getranscribeerd. Dit omvat het deelarchief ‘Ingekomen stukken van Gouverneur-Generaal en raden bij de Heren XVII en de Kamer Zeeland’. Hierin zijn onder andere de rapportages over alle nederzettingen in 'Indië' (alle vestigingen in Azië)  te vinden. Hiernaast zijn er notariële archieven uit Noord-Holland, Overijssel, Brabant, Groningen, Utrecht, Friesland, Zeeland en Limburg te vinden uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. In deze notariële archieven kan relevante informatie gevonden worden over bijvoorbeeld verrichtingen van VOC-dienaren die bij de notaris moesten worden vastgelegd. Het kopen, verkopen of aan erfgenamen nalaten van slaafgemaakten in de koloniën zou hier ook onder gerekend kunnen worden. Dit zijn andere archiefstukken dan de gerechtelijke archieven, de testamenten of de overgekomen brieven en papieren. 

5.2.2Slavernij in Nederlands-Indië in de 19e eeuw

Na de opheffing van de VOC kwamen de Aziatische koloniën in de Indonesische archipel onder het bewind van de Nederlandse overheid te staan. Vanaf de negentiende eeuw werd dit gebied ook wel Nederlands-Indië genoemd. Het Nationaal Archief heeft een zoekhulp over slavernij en slavenhandel in Nederland-Indië. Hierin wordt verwezen naar de index ‘Oost-Indië: Slavernij verbalen’ en naar mailrapporten waarmee het Nederlands-Indische bestuur de regering in Den Haag informeerde over de stand van zaken in de kolonie. Je kunt zoeken op de omschrijving van het archiefstuk, de categorie waar het onder is geplaatst en de datering van het archiefstuk.

Deze index heeft betrekking op een deel van de verbalen (besluiten) en mailrapporten uit het archief van het Ministerie van Koloniën. Dit ministerie was in de negentiende eeuw verantwoordelijk voor het bestuur van Nederlands-Indië. Alleen de documenten die een slavernijgerelateerde omschrijving hebben, zijn in de index opgenomen. Dit betekent dat er mogelijk relevante stukken uit de verbalen en mailrapporten niet zijn meegenomen in de selectie. Met andere woorden: het is moeite waard om te zoeken in de rest van de verbalen uit de negentiende eeuw. 

Andere methoden

Een andere methode om Drenten op het spoor te komen is om te beginnen met onderzoek  naar de aanwezigheid van Drenten in Nederlands-Indië (zie 3.4 Bronnen te doorzoeken voor Nederlands-Indië 1816-1949). Als je te weten bent gekomen waar en wanneer iemand in Nederlands-Indië heeft geleefd kun je aanvullende informatie zoeken. Je zou bijvoorbeeld kunnen zoeken in de bovenstaande index, of misschien in de notariële archieven van de verschillende Nederlandse regionale historische centra. Soms zijn deze archieven getranscribeerd en doorzoekbaar, zie: www.zoekenintranscripties.nl. De Drentse notariële archieven zijn nog niet getranscribeerd, maar ze zijn wel gescand en voor een deel geïndiceerd en doorzoekbaar gemaakt op voornaam, achternaam en woonplaats.

5.3Zoeken naar Drentse slavenhouders in het Drents archief

Naast de verschillende koloniale archieven is het mogelijk om in het Drents Archief onderzoek te doen naar eigenaars van slaafgemaakten. Tijdens het onderzoek dat gedaan is voor het onderzoeksrapport over Drenthe en het slavernijverleden zijn er al wat archiefstukken ontdekt die een verband hebben met slavernij. In het Drents Archief liggen nog genoeg bronnen die onderzocht kunnen worden. In deze onderzoeksgids staat een overzicht van de archiefstukken die vanuit het vooronderzoek al bestudeerd zijn. In dit onderdeel van de onderzoeksgids bespreken we een aantal zoekstrategieën. Het is handig je onderzoek te beginnen bij slavenhouders die al bekend zijn. Als je vervolgens vanuit deze personen verder wilt zoeken, dan is genealogisch onderzoek de logische vervolgstap. Daarna kun je op verschillende manieren zoeken naar de vererving, de aankoop of het nalaten van aandelen in plantages.

5.3.1Bekende Drentse slavenhouders

Voor het rapport over Drenthe en het slavernijverleden is onderzoek gedaan naar Drentse slavenhouders. Er is in kaart gebracht wat er op dit moment over hen bekend is. Tijdens het onderzoek zijn enkele nog onbekende Drentse slavenhouders ontdekt. Hieronder staat een voorlopig overzicht van deze personen dat als basis kan dienen voor verder onderzoek. Aan de hand van  de namen, familieverbanden en woonplaatsen van deze slavenhouders kan vervolgens gekeken worden welke slavernij-connecties er nog meer te vinden zijn. In de volgende hoofdstukken geven we meer uitleg hierover.

Voornaam Achternaam/ familienaam Leefperiode Verblijfplaats in Drenthe Connectie met slavernij Bron
Susanna Leonora van Holthe 1818-1907 Assen In 1863 gecompenseerd met 457 gulden (€5.332) voor 3/252e aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 228, Borderelnr. PL227
Jan Arend Godert de Vos van Steenwijk 1799-1872 Assen In 1863 gecompenseerd met 1.680 gulden (€ 18.601) voor 2/45e aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland. Beschikte voor die tijd ook over een aandeel in Surinaamse koffieplantage Peperpot, getuige een eerder staatboek van zijn goederen uit 1832. Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 228, Borderelnr. PL227
Rolina Gijsberta Gerdina de Vos van Steenwijk 1801-1866 Assen In 1863 gecompenseerd met 1.680 gulden (€ 18.601) voor 2/45e aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 228, Borderelnr. PL227
Catharina Maria Brumsteede 1858-1926 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Dorothea Magdalena Brumsteede 1853-1885 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Gerard Catharinus August Brumsteede 1845-? Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Gesina Elisabeth Brumsteede 1856-1943 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Hilarius Auguste Mijnardus Brumsteede 1816-1881 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Johanna Bernardina Brumsteede 1815-1933 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Johanna Elisabeth Brumsteede 1861-1889 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Johannes Bernardus Brumsteede 1848-? Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Johannes Henricus Brumsteede 1846-1893 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Louis Martinus Everhard Brumsteede 1851-1908 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Martina Everhardina Brumsteede 1859-1884 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Wilhelmina Catharina Johanna Brumsteede 1854-1942 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Anna Alyda van Bulderen 1832-1907 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Catharina Maria van Bulderen 1823-1872 Assen In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t Fortuin Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 224, Borderelnr. PL067
Reint Hendrik baron de Vos van Steenwijk 1803-1875 De Wijk In 1863 gecompenseerd met 1.680 gulden (€ 18.601) voor 2/45e aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 228, Borderelnr. PL227
Anna Adriana barones de Vos van Steenwijk 1815-1877 De Wijk In 1863 gecompenseerd met 1.400 gulden (€ 16.334) voor 1/27e aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 228, Borderelnr. PL227
Aalt Willem Westra van Holthe 1832-1913 Dwingeloo In 1863 gecompenseerd met 457 gulden (€5.332) voor 3/252e aandeel in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 228, Borderelnr. PL227
Bareld Fredericus Homan 1819-1880 Smilde en Gieten In 1863 gecompenseerd met 4.375 gulden (€ 51.045) voor een 1/24e aandeel in Surinaamse suikerplantage Rac-a-Rac Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 227, Borderelnr. 182
Kaatje Adelaar 1830-1888 Meppel In 1863 gecompenseerd voor aandeel in Surinaamse suikerplantage Poelwijk Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 227, Borderelnr. PL173
Pierre Jean Louis Eekhout 1816-1885 Smilde In 1863 gecompenseerd met 3.821 gulden (€ 44.581) voor zijn aandelen in Surinaamse suikerplantage Meerzorg Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 226, Borderelnr. PL143
Sigismund Pierre Alexander van Heiden Reinestein 1740-1806 Zuidlaren In boedelinventarissen van van hem uit 1773 en 1778 staan twee obligaties ‘op Essequibo’ vermeld van elk 1000 gulden (€ 10.913). Drents Archief, Toegangsnr. 0185, inv.nr. 421 en 801
Alexander Theodoor Jacob de Milly 1760-1838 Dalen Boedelinventaris uit 1785 van de nalatenschap van zijn moeder Anna Maria van Friesheim vermeldt zeven obligaties ‘op Demerara en Essequibo van elk 1000 gulden (€ 10.240) Drents Archief, Toegangsnr. 0185, inv.nr. 19
Paul Antoine Guillaume de Milly 1807-1890 Zuidlaren Boedelinventaris uit 1785 van de nalatenschap van zijn moeder Anna Maria van Friesheim vermeldt zeven obligaties ‘op Demerara en Essequibo van elk 1000 gulden (€ 10.240) Drents Archief, Toegangsnr. 0185, inv.nr. 19
Coenraad Wolters Ellents Hofstede 1784-1841 Assen Schoonzoon van eigenaar van suikerplantage Strik & Heuvel (Essequibo). Vermeld in verschillende contracten als aandeelhouder in Surinaamse koffieplantage Twee Gebroeders (1807), koffieplantage Zorgvliet (1809), en cacaoplantage Sanssouci (1810). Nationaal Archief, Toegangsnr. 1.05.21, inv.nr. AZ.5.22 (Scan 139-141), inv.nr. AZ.3.14 (Scan 140-141), en inv.nr. AZ.1.47 (Scan 49)
Jantje Nieuwold 1789-1854 Gieten Beschikte over aandelen in Surinaamse suikerplantage Rac-a-Rac. Ze erfde deze aandelen van haar vader Louwert Fokke Nieuwold. Haar zoon, Bareld Fredericus Homan, werd in 1863 gecompenseerd voor de aandelen die hij van Jantje had geërfd. Jan Pieter de Groot, “Genealogie (stamboom) van Luitje Claessen. Versie 19 augustus 2013”, 05-12-2024, https://www.jan-pieter-de-groot.nl/luitje.htm // Nationaal Archief, Toegangsnr. 2.02.09.08, inv.nr. 227, Borderelnr. 182
Godert Willem baron de Vos van Steenwijk 1747-1830 De Wijk Uit een akte van boedelscheiding waarin zijn bezittingen worden nagelaten aan zijn zoon Jan Arend Godert de Vos van Stenwijk van 2 maart 1832 blijkt dat hij beschikte over een vijde van twee negende aandeel in de Surinaamse suikerplantage 't IJland en koffieplantage de Peperpot. A.N. baron de Vos van Steenwijk, Het geslacht De Vos van Steenwijk in het licht van de geschiedenis van de Drentse adel. (Assen: Van Gorcum, 1976), 68.
Carel de Vos van Steenwijk 1759-1830 De Wijk Hij erfde in 1798 aandelen in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland en koffieplantage de Peperpot. Deze aandelen duiken ook op in vermogensstaatjes van zijn hand 1821-1824 en 1829. Hij was voor een tiende deel erfgenaam van Lucas Willem van Essen tot den Schaffelaer en Helbergen. Uit deze erfenis hebben hij en zijn drie broers en zuster vier negende deel van deze plantages in kwestie verkocht voor de prijs van 44.444 gulden (€ 435.609) A.N. baron de Vos van Steenwijk, Het geslacht De Vos van Steenwijk in het licht van de geschiedenis van de Drentse adel. (Assen: Van Gorcum, 1976), 340-363.
Louwert Fokke Nieuwold 1750-1814 Emmen Beschikte over aandelen in Surinaamse suikerplantage Rac-a-Rac. Had deze aandelen geërfd van zijn kindloos overleden schoonzus Catharina Adriana van de Lande Jan Pieter de Groot, “Genealogie (stamboom) van Luitje Claessen. Versie 19 augustus 2013”, 05-12-2024, https://www.jan-pieter-de-groot.nl/luitje.htm // Drents Archief, Toegangsnr. 0635, inv.nr. 3
Aalt Willem van Holthe 1780-1854 Dwingeloo Beschikte over aandelen in Surinaamse suikerplantage ‘t IJland en koffieplantage De Peperpot Jan Bos en Paul Brood, Een tocht langs Drentse havezaten (Meppel: Noordbroek, 1978), 168 // Drents Archief, Toegangsnr. 0403, inv.nr. 374 en 375

5.3.2Genealogisch onderzoek

Een logische vervolgstap voor onderzoek naar personen die misschien aandelen hebben gehad in plantages is het nagaan van hun familieverbanden. Als je bijvoorbeeld begint met een van de personen uit de lijst van bekende Drentse slavenhouders (zie 5.3.1), zou je vervolgens genealogisch onderzoek kunnen doen naar hun verdere connecties. 

Het Drents Archief heeft een aantal filmpjes gemaakt waarin je op weg wordt geholpen. Voor onderzoek naar mensen die leefden na 1811 kun je de geboorte- huwelijks- en overlijdensakten van de burgerlijke stand en de bevolkingsregisters raadplegen. Vóór 1811 werden doop-, trouw- en begrafenisgegevens door de kerk aangelegd. Al deze bronnen zijn gescand, geïndiceerd en doorzoekbaar. 

5.3.3Onderzoek naar wat is geërfd, gekocht of nagelaten

Wanneer je duidelijk in beeld hebt wie je wilt onderzoeken en wat de relevante familieverbanden zijn, breekt de volgende fase van het onderzoek aan. Mensen die vroeger aandelen hadden in plantages hadden deze aandelen doorgaans zelf gekocht, geërfd van familieleden of lieten die aandelen uiteindelijk na aan de volgende generatie. Deze transacties konden op verschillende manieren worden vastgelegd. 

Notariële akten (vanaf 1811)

Nadat je in beeld hebt gebracht hoe de familieverbanden van de persoon die je onderzoekt er uit zien, kun je kijken of er ook informatie is te vinden in de notariële akten. Aandelen in slavernij-plantages konden namelijk worden gekocht, geërfd of nagelaten na het overlijden van de aandeelhouder. Als dit kopen, erven en nalaten bij de notaris werd vastgelegd, dan kun je dit vinden in de notariële archieven. 

Niet alle notariële akten zijn geïndiceerd en terug te vinden in de genealogische zoekmachine van het Drents Archief. Het archief heeft een instructiefilmpje gemaakt over het vinden van een notariële akte die niet in de zoekmachine staat. Een belangrijke kanttekening bij de notariële archieven is dat deze alleen de periode vanaf 1811 bestrijken. Een eventuele aankoop, vererving of nalating van een obligatie of een aandeel in een plantage uit de achttiende of zeventiende eeuw zul je ergens anders terug moeten vinden.

Memories van successie (vanaf 1806)

Vanaf 1806 moesten alle erfgenamen aangifte doen van de nalatenschap van een overledene. Deze aangifte heette een memorie van successie. In zo’n memorie stond aangegeven hoeveel belasting er over de nalatenschap betaald moest worden, samen met een overzicht van het eventuele nagelaten bezit aan onroerende goederen. Het is mogelijk dat hier ook aandelen in plantages of andersoortige betrokkenheid bij slavernij in terug te vinden zijn. De memories van successie zijn ook te doorzoeken met de genealogische zoekmachine van het Drents Archief. 

Archiefstukken met overzichten van (on)roerend goed

Een andere manier om te zoeken naar bewijs van betrokkenheid bij slavernij is door te zoeken naar archiefstukken met overzichten van (on)roerend goed van de mensen die je wilt onderzoeken. Het gaat hier specifiek om archiefstukken die geen onderdeel zijn van de notariële akten vanaf 1811. Voorbeelden van een zulke archiefstukken zijn de ‘Stukken betreffende de gemene boedel van S.P.A. van Heiden Reinestein en M.F. geb. van Reede; 1772, 1773, 1778, 1780’. Dit archiefstuk komt uit het archief De Milly van Heiden Reinestein (Drents Archief, toegangsnr. 0185 De Milly van Heiden Reinestein, inv.nr. 421). In deze boedelinventarissen uit 1773 en 1778  staat bijvoorbeeld vermeld dat S.P.A. van Heiden Reinestein beschikte over twee ‘obligaties op Essequebo’ die elk 1000 gulden waard waren. 

Dergelijke archiefstukken kunnen alleen gezocht worden int de zoekmachine voor alle archiefstukken. Het is verstandig om eerst in deze zoekmachine te zoeken naar een specifiek persoon. Als de persoon die je zoekt vermeld staat in een van de archieven, dan zullen deze archieven naar voren komen als zoekresultaten. Vervolgens kun je in deze archieven zoeken naar archiefstukken waarin mogelijk overzichten te vinden zullen zijn van (on)roerend goed. Het is mogelijk om binnen een specifiek archief opnieuw te zoeken met andere zoektermen, bijvoorbeeld  ‘boedel’, ‘testament’, ‘onroerend’, of ‘obligatie’.