Spring naar inhoud

Genealogisch onderzoek naar tot slaaf gemaakte voorouders

Introductie

Als je voorouders hebt die tot slaaf gemaakt waren in de Nederlandse overzeese koloniën en je te weten wil komen wie ze waren, dan kan je hier genealogisch onderzoek naar doen. Om een doorlopende familielijn te kunnen trekken, vanuit jezelf naar voorouders uit de voormalige Nederlandse koloniën, kun je archiefmateriaal in Drenthe combineren met archiefmateriaal uit deze koloniën. Waar en wanneer in de geschiedenis je precies begint met je onderzoek is afhankelijk van wat je al weet over je eigen familiegeschiedenis. Het is in ieder geval aan te raden om met je onderzoek terug te werken in de tijd.

4.1Familie in Drenthe

Als een familielid in Drenthe je beginpunt is, dan is het aan te raden om de onderzoeksgids Stamboomonderzoek van het Drents Archief door te nemen. De tips en adviezen uit deze onderzoeksgids kan je ook toepassen wanneer je reis terug in de tijd je buiten Drenthe brengt.

Vervolgens kun je gaan zoeken in de genealogische database van het Drents Archief.

4.2Familie elders in Nederland

Als je teruggaat in de tijd zal je op een gegeven moment buiten Drenthe gaan zoeken. Misschien gaat het eerst om voorouders die buiten Drenthe hebben gewoond, in één van de andere Nederlandse provincies. Vergelijkbaar met de database voor genealogisch onderzoek die bestaat in Drenthe, zijn er soortgelijke websites te vinden voor andere Nederlandse provincies. Soms kan het efficiënter zijn om te zoeken op de website WieWasWie, de website van het Centraal Bureau voor Genealogie waar meerdere databases samengevoegd worden in één zoekmachine:

4.3Familie in de voormalige koloniën

Uiteindelijk zal je ook Nederland moeten verlaten en moeten nagaan wat er terug te vinden is van de bevolkingsregistratie in het buitenland. Als we ervan uitgaan dat voorouders die in slavernij hebben geleefd na hun vrijmaking als burgers leefden in de Nederlandse Amerikaanse, Afrikaanse of Aziatische koloniën, dan zouden ze ook als zodanig geregistreerd moeten zijn geweest. Misschien kregen ze kinderen die ook waren geregistreerd als gewone inwoners. Dit kan een registratie zijn geweest in de burgerlijke stand van de negentiende eeuw, of misschien een registratie in een kerkelijke gemeente. De bronnen en onderzoeksgidsen uit het onderdeel van deze onderzoeksgids, zijn op dezelfde manier van toepassing in het zoeken naar je voorouders die als burgers waren geregistreerd in de koloniën. De tijd en plaats waar je zoekt bepaalt waar je in dit specifieke blok kan kijken om te zoeken naar voorouders. Het nadeel van de bevolkingsregistratie in de voormalige koloniën is dat het vaak onvolledige gegevens zijn. Er bestaan grote verschillen, afhankelijk van de plek waar je zoekt en de periode waarin je zoekt, hoeveel materiaal er beschikbaar is.

4.4Tot slaaf gemaakte voorouders

Lukt het om een doorlopende familielijn te volgen naar een moment dat er sprake is van een voorouder waar je van vermoed dat ze tot slaaf gemaakt waren, dan is het moment aangebroken om te gaan kijken in de verschillende archieven, registers, zoekhulpen en indexen die er zijn met betrekking tot slaafgemaakten.

Het zoeken naar slaafgemaakte voorouders is ontzettend lastig, omdat slaafgemaakten meestal alleen een voornaam hadden. Pas na hun vrijlating werd een achternaam toegekend. Daarom zal een zoektocht naar slaafgemaakte voorouders voornamelijk een zoektocht zijn naar registraties van de zogenaamde ‘manumissies’, oftewel de vrijmaking van slaafgemaakten. Deze registraties van manumissies zijn op een relatief grote schaal aanwezig voor Suriname en de Antillen in de negentiende eeuw. In andere tijden of plaatsen zal het een arbeidsintensieve zoektocht zijn om door de archieven van verschillende koloniale organisaties en de notariële archieven waarin de manumissies soms terug te vinden zijn, te zoeken.

Als je zoekt naar een voorouder die in de voormalige kolonie in slavernij heeft geleefd, dan is het beste beginpunt de zoekhulp slavernijverleden op de website van het Nationaal Archief.

Wat hier al snel opvalt is dat de zoekhulp vooral verwijst naar bronnenmateriaal over slavernij in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Dit heeft te maken met het feit dat de plantage-slavernij in deze gebieden economisch zeer dominant was en zelfs de belangrijkste bestaansreden was van de koloniën. Dit leidde tot meer en betere boekhouding van de slavernij in deze gebieden, in vergelijking met de Nederlandse koloniën in Azië. In deze koloniën bestond weliswaar ook slavernij, maar het was in deze gebieden voornamelijk iets waar particulieren zich mee bezig hielden. Er waren wel plantages waar onvrije arbeiders werkten, maar de meeste slaafgemaakten werkten in de huishoudens van particulieren. Veel van deze particulieren waren in dienst van het koloniale gezag (eerst voor de VOC, later voor de Nederlandse staat), maar waren niet de eigenaar van deze slaafgemaakten namens dit koloniale gezag. In deze vorm van slavernij is de identiteit van de slaafgemaakten moeilijker terug te vinden. 

De opties hieronder voor het zoeken naar slaafgemaakte voorouders uit verschillende werelddelen, zijn bedoeld om jou als onderzoeker verder op weg te helpen. Er zijn grote verschillen tussen de verschillende gebieden in de hoeveelheid relevant archiefmateriaal dat beschikbaar is. Suriname, de Antillen en de Indonesische archipel (Nederlands-Indië) zijn het langst gekoloniseerd gebleven door Nederlanders. De meeste Nederlandse nazaten van slaafgemaakten hebben voorouders uit deze gebieden. Toch geven we ook de onderzoekers die op zoek gaan naar voorouders uit andere voormalige Nederlandse koloniën onderzoektips mee. Houd er echter wel rekening mee dat deze onderzoektips betrekking hebben op het zoeken naar slaafgemaakten in de tijdsperiode dat dit nog Nederlandse koloniën waren. Als deze gebieden later door andere Europese mogendheden werden bestuurd (zoals Engeland in het geval van Zuid-Afrika, of Portugal in het geval van Brazilië) en je zoekt naar slaafgemaakte voorouders in deze latere periodes, dan ben je aangewezen op ander buitenlands bronnenmateriaal. De zoekhulpen die je hier aangereikt krijgt verwijzen hier doorgaans ook naar wanneer hier sprake van is. 

4.4.1Zoeken naar tot slaaf gemaakte voorouders uit Afrika

Zoals te zien is in het overzicht van de verschillende Nederlandse koloniën, hebben zowel de WIC als de VOC vestigingen gehad op het Afrikaanse continent.

4.4.1.1De oostkust van Afrika

Aan de oostkust van Afrika had de VOC een fort en kantoor aan de zogenaamde Kust van Delagoa (het huidige Maputo Bay in Mozambique) van 1721 tot 1730. Ook had het een nederzetting met forten en handelsposten op het eiland Mauritius van 1638 tot 1658, en van 1664 tot 1710. Het zoeken naar eventuele slavenregisters of registers van manumissies die te maken hebben met deze regionen, kan binnen het archief dat de VOC heeft nagelaten.

Binnen dit VOC archief is de index ‘VOC: Overgekomen brieven en papieren’ de bron waarin de kans het grootst is dat er sporen gevonden kunnen worden van slaafgemaakten.

Zoeken in transcripties van de VOC-archieven

Een groot deel van archiefstukken uit het VOC-archief zijn gescand en getranscribeerd. Deze transcripties zijn beschikbaar gesteld aan historicus en programmeur Gerhard de Kok, die een zoekmachine heeft gemaakt om deze transcripties te kunnen doorzoeken. Het is verstandig om eerst te kijken in de VOC archieftoegangen die de relevante stukken bevatten die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken.

Zoeken in transcripties van het VOC-archief

4.4.1.2Zuid-Afrika

Vanaf 1652 tot 1795 was de Kaapkolonie in Zuid-Afrika een verversingsplaats voor VOC-schepen die zich uiteindelijk ontwikkelde tot vestigingskolonie. Ruim 60.000 mensen werden hier tussen 1652 en 1796 in slavernij gehouden door Nederlanders. Deze groep mensen was voornamelijk afkomstig uit Madagaskar, India en Indonesië. In het Nationaal Archief is een onderzoeksgids te vinden voor wie onderzoek wil doen naar Zuid-Afrika. Deze onderzoeksgids is ook interessant voor onderzoekers die willen kijken naar de periode van de Boerenrepublieken, zoals Transvaal en Oranje Vrijstaat. Deze republieken stonden weliswaar niet langer onder direct Nederlands gezag, maar kenden nog een zeer sterke Nederlandse identiteit. 

Ook voor Zuid-Afrika is de meeste informatie over de slaafgemaakten die hier verbleven te vinden met behulp van de  index ‘VOC: overgekomen brieven en papieren’.

Zoeken in transcripties van de VOC-archieven

Een groot deel van archiefstukken uit het VOC-archief zijn gescand en getranscribeerd (uitgeschreven). Deze transcripties zijn beschikbaar gesteld aan historicus en programmeur Gerhard de Kok, die een zoekmachine heeft gemaakt om deze transcripties te kunnen doorzoeken. Het is verstandig om eerst te kijken in de VOC archieftoegangen die de relevante stukken bevatten die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken.

Zoeken in transcripties van het VOC-archief

4.4.1.3 De westkust van Afrika

Loango Angolakust, Senegambia en Slavenkust

Aan de westelijke kustlijn van het Afrikaanse continent heeft de West-Indische Compagnie (WIC) van 1641 tot 1726 vestigingen en handelsposten gehad aan wat de ‘Loango-Angolakust’ (Boary in het huidige Congo) werd genoemd. In ‘Senegambia’ (Senegal) had de WIC ook factorijen van 1617 tot 1633 en van 1664 tot 1677. Langs de zogenaamde ‘Slavenkust’ (de huidige Baai van Benin) had de WIC vestigingen van 1660 tot 1760.

Fort Elmina

De meest belangrijke nederzetting van de WIC aan de westkust van Afrika was het fort Elmina aan wat de ‘Goudkust’ (de westkust van het huidige Ghana) werd genoemd. In 1637 werd het fort Elmina veroverd door de WIC van de Portugezen. Het fort werd door de Portugezen al gebruikt als handelspost voor goud en slaven. De Nederlanders bleven het fort voor deze functie gebruiken. Hier werden slaafgemaakten ingescheept naar Brazilië, Nieuw-Nederland, Suriname, Nederlands-Guiana en de Antillen. De Ashanti waren de belangrijkste handelspartner van de Nederlanders voor de levering van slaafgemaakten. In 1791 werd het bestuur overgenomen van de WIC door de Nederlandse staat. Na het verbod op de slavenhandel werd de kolonie in de negentiende eeuw een plek waar naar schatting 3000 Afrikaanse soldaten geronseld werden voor het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, dat in het toenmalige Nederlands-Indië in de Indonesische archipel actief was. Vanaf 1872 werd het gebied niet langer een Nederlandse, maar een Britse kolonie.

De zoekhulp Ghana biedt waardevolle achtergrondinformatie over de Nederlandse historische banden met Ghana.

Slaafgemaakten zoeken in de WIC-archieven

De westkust van Afrika diende hoofdzakelijk als doorvoerhaven van slaafgemaakten naar de Amerikaanse koloniën van Nederlanders en andere Europeanen. Er zal voornamelijk gezocht moeten worden in het (helaas maar gedeeltelijk bewaard gebleven) archiefmateriaal van de Oude en de Tweede WIC. Vanaf de negentiende eeuw werden de West-Afrikaanse koloniën niet langer bestuurd door de WIC, maar door de Nederlandse staat. Vanaf 1814 was de Nederlandse slavenhandel echter verboden door koning Willem I, waardoor deze nederzettingen hun rol als doorvoerhaven van slaafgemaakten kwijtraakten.

Zoeken in transcripties van de Oude en de Tweede West-Indische Compagnie

De meeste archiefstukken van zowel de Oude als de Nieuwe West-Indische Compagnie zijn gescand en met behulp van Handwritten Text Recognition (HTR) getranscribeerd. Deze transcripties zijn beschikbaar gesteld aan historicus en programmeur Gerhard de Kok, die een zoekmachine heeft gemaakt om deze transcripties te kunnen doorzoeken. Het is verstandig om eerst te kijken in de VOC archieftoegangen die de relevante stukken bevatten die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken.

4.4.2Zoeken naar tot slaaf gemaakte voorouders uit Azië

Zoals te zien is in het overzicht van de verschillende Nederlandse koloniën hebben Nederlanders in Azië op verschillende plekken voet aan de grond weten te krijgen. Gedurende de achttiende en negentiende eeuw stonden deze koloniën onder het gezag van de VOC. Vanaf de negentiende eeuw werden de resterende Nederlandse koloniën in de Indonesische archipel (eilandengroep) een kolonie van de Nederlandse staat onder de naam Nederlands-Indië.

4.4.2.1De Aziatische VOC-koloniën

Als je onderzoek doet naar de identiteit van slaafgemaakten in de Aziatische VOC-koloniën is het belangrijk om te onthouden dat ze in deze gebieden met name in de huishoudens van particulieren te vinden waren. Gezinstellingen in de VOC-gebieden die bijvoorbeeld gedaan werden om belastingen te heffen kunnen inzage geven in welke huishoudens slaafgemaakten hadden. Aangezien deze slaafgemaakten doorgaans geen achternaam hadden zijn deze tellingen meestal niet geschikt om achter hun identiteit te komen. ‘Manumissie’, oftewel vrijmaking van slaafgemaakten zou hier verandering in moeten brengen. Aangezien deze manumissies juridisch vastgesteld moesten worden loont het om te zoeken in de archiefstukken uit het VOC-archief die met uitspraken van de rechtbank in deze regionen te maken hebben.

Zoeken in transcripties van de VOC-archieven

Een groot deel van archiefstukken uit het VOC-archief zijn gescand en met behulp van Handwritten Text Recognition (HTR) getranscribeerd. Deze transcripties zijn beschikbaar gesteld aan historicus en programmeur Gerhard de Kok, die een zoekmachine heeft gemaakt om deze transcripties te kunnen doorzoeken. Het is verstandig om eerst te kijken in de VOC archieftoegangen die de relevante stukken bevatten die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken.

Zoeken in transcripties van het VOC-archief

4.4.2.2.Nederlands-Indië

Vanaf 1816 wordt gesproken van Nederlands-Indië wanneer we het hebben over de Nederlandse koloniale aanwezigheid in de Indonesische archipel. Nederland bleef hier aanwezig als koloniale machthebber tot 1949. Het gebied was gedurende deze periode een rechtstreekse kolonie van de Nederlandse overheid, in tegenstelling tot de eerdere periode waarin de VOC als private onderneming het gebied bestuurde. Ook in de negentiende eeuw was er nog sprake van slavernij in dit gebied. Hoewel officieel de slavernij in Nederlands-Indië werd afgeschaft op 1 januari 1860, bleven mensen in veel gebieden nog in slavernij verkeren tot aan het begin van de twintigste eeuw.

4.4.3Zoeken naar tot slaaf gemaakte voorouders uit Amerika

Zoals te zien is in het overzicht van de verschillende Nederlandse koloniën heeft de WIC nederzettingen gehad in Noord-Amerika, Zuid-Amerika en de Antillen gedurende de zeventiende en achttiende eeuw. De koloniën in Noord-Amerika vielen voor het einde van de zeventiende eeuw al in Engelse handen. In Zuid-Amerika bleven de koloniën echter in Nederlandse handen. Na het einde van de WIC in 1792 werden de koloniën rechtstreeks bestuurd door de Nederlandse staat. In tegenstelling tot de omringende Engelse en Franse koloniën in Zuid-Amerika heeft slavernij in de Nederlandse gebieden nog lang stand weten te houden. In 1863 werd de slavernij pas officieel afgeschaft. In Suriname moesten de slaafgemaakten zelfs nog verplicht tien jaar blijven werken op de plantages tijdens de periode van ‘Staatstoezicht’.

4.4.3.1Noord-Amerika

Vanaf 1624 vestigden Nederlanders zich in Noord-Amerika. Het gebied werd Nieuw-Nederland genoemd. Het omvatte grofweg het gebied van het huidige New York en New Jersey. Slaafgemaakten werden al vanaf het begin van het bestaan van de kolonie geïmporteerd en aan het werk gesteld. Hoewel de kolonie in 1667 overging in Engelse handen, bleven er Nederlands-Amerikaanse gemeenschappen. Slavernij bleef er ook bestaan tot in de negentiende eeuw. In New York werd het officieel afgeschaft in 1827 en in New Jersey zelfs pas aan het einde van de Amerikaanse burgeroorlog in 1865. Slaafgemaakten in deze Nederlands-Amerikaanse gemeenschappen werden soms vrijgemaakt. Een aantal van hen verkreeg een gedeeltelijke vrijheid. Ze waren bijvoorbeeld nog wel verplicht om regelmatig voor de West-Indische Compagnie (WIC) te werken en hun kinderen bleven vaak ook nog het ‘bezit’ van de WIC. Voor Noord-Amerika zijn er (in tegenstelling tot Suriname en de Antillen) geen geïndiceerde databases te doorzoeken die specifiek over slaafgemaakten tijdens de Nederlandse koloniale periode gaan. Je zou wel kunnen zoeken naar vrijgemaakte voorouders in bijvoorbeeld de doop-, trouw- en begraafregisters van de Nederlands Hervormde Kerk in deze gebieden. Het is aan te raden om de relevante literatuur hieronder te raadplegen voor ideeën over waar het beste in de bronnen naar de identiteit van (voormalige) slaafgemaakten gezocht kan worden.

Uit het overzicht op de bovenstaande pagina zijn voornamelijk de digitale duplicaten van de WIC-archieven die aanwezig zijn in de New York State Archives in Albany relevant.

Zoeken in transcripties

De scans van het archief van de oude WIC in het Nationaal Archief in Den Haag zijn met behulp van Handwritten Text Recognition (HTR) getranscribeerd, en beschikbaar gemaakt aan programmeur en historicus Gerhard de Kok. Hij heeft een zoekmachine gecreëerd waarmee deze transcripties doorzocht kunnen worden. Het is verstandig om eerst te kijken in het archief van de Oude WIC naar de relevante stukken die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken. 

Oude West-Indische Compagnie

Relevante literatuur

Lange tijd is er voornamelijk aandacht geweest van historici voor de slavernij die in het zuiden van de Verenigde Staten bestond. Inmiddels zijn er echter meer historici zich met slavernij in het noorden en ook specifiek met slavernij in Nieuw-Nederland in de zeventiende eeuw bezig gaan houden. Zie bijvoorbeeld:

  • Jeroen Dewulf, The Pinkster King and the King of Kongo. The Forgotten History of America’s Dutch-Owned Slaves. Jackson, 2017.
  • Andrea C. Mostermann, Spaces of Enslavement. A History of Slavery and Resistance in Dutch New York. Ithaca/Londen, 2021.
  • Nicole Maskiell, Bound by Bondage. Slavery and the Creation of a Northern Gentry. Ithaca/London, 2022.
  • Dienke Hondius, Nancy Jouwe, Dineke Stam, Jennifer Tosch, Geschiedenissen van Nederlands New York / Dutch New York Histories. Connecting African, Native American and Slavery Heritage. Volendam: LM Publishers, 2017.

4.4.3.2Zuid-Amerika

Nederlanders hebben in de zeventiende en achttiende eeuw meerdere Zuid-Amerikaanse koloniën gesticht. De opbrengsten van slavernij en slavenhandel waren de belangrijkste bestaansredenen voor deze koloniën. Hieronder vind je een overzicht van deze voormalige Nederlandse koloniën. Bij elke kolonie vind je tips over hoe je het beste kunt zoeken naar mogelijke voorouders die tot slaaf gemaakt waren. 

4.4.3.2.1.Nederlands-Brazilië

De West-Indische Compagnie (WIC) veroverde van 1630 tot 1654 gedeeltes van de kustgebieden van een Portugese kolonie in het noordoosten van Brazilië. Het ging om kustgebieden van de huidige Braziliaanse staten Pernambuco, Paraíba, Rio Grande do Norte, Alagoas, Ceará, Piaui en Maranhão. Onder Portugees bewind werd hier al op grote schaal met slavenarbeid suiker geproduceerd. De Nederlanders namen deze productie en praktijk over. Hierdoor ontstond de eerste Nederlandse Atlantische slavensamenleving. Informatie over Nederlands-Brazilië, destijds ook wel ‘Nieuw Holland’ genoemd, is te vinden de onderstaande drie archiefinventarissen:

Afgezien van overzichten van slaafgemaakten die op de Braziliaanse suikerplantages werkten kan het ook de moeite waard zijn te zoeken naar vermeldingen in de doopregisters van de Nederlands Hervormde kerk in de bovenstaande archieven. Slaafgemaakten werden soms bekeerd en gedoopt door de predikanten die het koloniale gezag dienden. Bewaard gebleven notariële archieven en het archiefmateriaal dat met de rechtbanken te maken had kan ook informatie opleveren over slaafgemaakten en hun identiteit. Slaafgemaakten die hun vrijheid kregen werden inwoners. In de zeventiende eeuw bestond nog geen bevolkingsregister, maar er zijn sporadisch wel andere vormen bevolkingsoverzichten geweest. Ook zullen sommigen lidmaat zijn geweest van de Nederlands Hervormde Kerk in Brazilië. 

Brieven en papieren van de Oude WIC

Een groot deel van het archief van de Oude WIC bestaat uit brieven en papieren die vanuit de Nederlandse nederzettingen in Brazilië naar de verschillende kamers in de Republiek werden gestuurd. In de index ‘WIC: Overgekomen brieven en papieren Brazilië’ zijn deze brieven terug te vinden door te zoeken op persoonsnamen, plaatsnamen, data en onderwerpen

Zoeken in transcripties

De scans van het archief van de Oude WIC zijn met behulp van Handwritten Text Recognition (HTR) getranscribeerd, en beschikbaar gemaakt aan programmeur en historicus Gerhard de Kok. Hij heeft een zoekmachine gecreëerd waarmee deze transcripties doorzocht kunnen worden. Het is verstandig om eerst te kijken in het archief van de Oude WIC naar de relevante stukken die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken. 

De Oude West-Indische Compagnie

4.4.3.2.2Nederlands-Guiana (Demerara, Essequibo, Berbice)

In het begin van de zeventiende eeuw stichtten Nederlanders verschillende koloniën aan de noordkust van Zuid-Amerika. Drie van deze aangrenzende koloniën vormden het gebied dat werd omschreven als Nederlands-Guiana, namelijk: Essequibo (gesticht 1617), Berbice (gesticht in 1627) en Demerara (later gesticht in 1745). Slavernij, met name plantageslavernij, was in alle drie afzonderlijke koloniën aanwezig en dragend voor de lokale economie. Vanaf het einde van de achttiende eeuw kwamen deze gebieden onder Brits bestuur. Nederlanders bleven ook na deze Britse overname sterk vertegenwoordigd onder zowel de lokale bevolking als de slavenhouders. De slavernij kwam hier ten einde in 1833, toen het in alle Britse koloniën werd afgeschaft. 

Inwoners

Slaafgemaakten die hun vrijheid kregen werden inwoners. Het onderstaande overzicht laat zien waar relevante informatie te vinden is over de inwoners van dit gebied gedurende de verschillende bestuursperiodes. Afhankelijk van wanneer je de aanwezigheid van voorouders in deze regio wil achterhalen zal dit namelijk verschillen. De West-Indische Compagnie bestuurde het gebied van 1637 tot 1791. Van 1791 tot 1814 was er sprake van een overgangsperiode waarin het bestuur achtereenvolgens gevoerd werd door de Nederlandse Staat, de Britse overheid, de Bataafse Republiek en ten slotte weer de Britse overheid. Vanaf 1814 werd er gesproken van Brits-Guiana. Alle drie de perioden zijn relevant om te onderzoeken wanneer je zoekt naar de aanwezigheid van Drenten in deze kolonie. 

De Sociëteit van Berbice

Afgezien van het bovenstaande overzicht is het zeker de moeite waard om het archief van de Sociëteit van Berbice door te nemen. De Sociëteit van Berbice was een in 1720 opgerichte onderneming met het doel om meer geld te werven voor de exploitatie en het beheer van de gelijknamige kolonie. Hieronder staat de zoekhulp waarin je op weg wordt geholpen wanneer je onderzoek wilt doen in het archief van de Sociëteit van Berbice.

Dutch Series Guyana

De National Archives Guyana in Georgetown hebben in samenwerking met het Nationaal Archief in Den Haag de zogenaamde Dutch Series Guyana ingescand. Deze serie bevat informatie over het bestuur van en alles wat er gebeurde in de plantagekoloniën. Het archief bestrijkt de periode 1720 tot 1814.

De Raad van Koloniën

Na het faillissement van de WIC in 1791 werden de schulden en bezittingen van deze compagnie overgenomen door de Nederlandse staat. De Raad der Koloniën werd aangesteld als de bewindvoerder van de zaken waar voorheen de WIC zeggenschap over had tot 1795. De gebieden Essequibo en Demerary vielen hieronder.

Zoeken in transcripties

De archieven van de Raad van Koloniën, de Dutch Series Guyana, de Sociëteit van Berbice, de oude WIC en de Tweede WIC zijn voor een zeer groot deel gescand en met behulp van Handwritten Text Recognition (HTR) getranscribeerd, en beschikbaar gemaakt aan programmeur en historicus Gerhard de Kok. Hij heeft een zoekmachine gecreëerd waarmee deze transcripties doorzocht kunnen worden. Het is verstandig om eerst te kijken in deze archieven naar de relevante stukken  die je wil doorzoeken, om vervolgens hier een specifieke reeks inventarisnummers uit te halen waarvan je de transcripties met zoektermen wil doorzoeken. Deze zoekmethode stelt je in staat om te zoeken naar specifieke woorden en woordencombinaties in de transcripties van deze archiefstukken. Deze transcripties zijn gemaakt door kunstmatige intelligentie, en bevatten nog relatief veel fouten. Desondanks is het goed mogelijk om ook aan de hand van deze imperfecte transcripties te weten te komen waar een archiefstuk over gaat. Het is zeer de moeite waard om deze zoekmethode te gebruiken aangezien het je in staat stelt om zeer grote aantallen archiefstukken in één keer te laten doorzoeken.

4.4.3.2.3Suriname

Overzichten van slaafgemaakten in Suriname

De zoekhulp ‘Slavernijverleden’ van het Nationaal Archief bevat onder andere een overzicht van verschillende naamregisters van slaafgemaakten en hun eigenaren uit Aruba, Curaçao, Sint-Eustatius en Suriname. Deze naamregisters zijn voornamelijk (maar niet uitsluitend) aangelegd naar aanleiding van de manumissies van slaafgemaakten. Een manumissie was de juridische term voor de vrijlating. Omdat de slaafgemaakten vaak pas bij een vrijlating een achternaam kregen toegekend zijn deze naamregisters een zeer waardevolle bron voor genealogisch onderzoek naar slaafgemaakte voorouders. Omdat de eigenaren van de slaafgemaakten ook vermeld worden, vormen de naamregisters ook een goede bron om slaveneigenaren op het spoor te komen.

Met uitzondering van het register over Nederlands-Indië verwijzen alle andere registers naar Suriname en de Antillen. Het gaat om registers uit de negentiende eeuw, met uitzondering van de namenlijst ‘Curaçao: Vrij van Slavernij (manumissies) 1722-1863’ en ‘Suriname: Vrijgelaten slaven (manumissies) 1722-1863’. Deze naamregisters zijn geïndiceerd en doorzoekbaar gemaakt. Vaak staat bij de namen van de eigenaren ook de plaats van herkomst vermeld. 

Dit lijkt voornamelijk het geval te zijn in de lijst ‘Suriname en de Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde tot slaaf gemaakten (Emancipatie 1863)’. Deze lijst is onderdeel van het Compensatiedossier 1863. Voorafgaand aan de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen in dat jaar had de Nederlandse overheid een overzicht gemaakt van zowel de vrijverklaarde slaafgemaakten als hun voormalige eigenaren. Op basis van dit overzicht konden de voormalige eigenaren aanspraak maken op een vergoeding van driehonderd gulden per slaafgemaakte. Alle slaafgemaakten die nog op de plantages leefden in 1863 staan met hun voornaam en achternaam vermeld in dit compensatiedossier. 

Zoeken naar inwoners

Slaafgemaakten die hun vrijheid kregen werden inwoners. Ze kunnen gezocht worden op dezelfde manier waarop gezocht kan worden naar Drentse inwoners van Suriname.

4.4.3.3De Antillen

Overzichten van slaafgemaakten op de Antillen

De zoekhulp Slavernijverleden van het Nationaal Archief bevat onder andere een overzicht van verschillende naamregisters van slaafgemaakten en hun eigenaren uit Aruba, Curaçao, Sint-Eustatius en Suriname. Deze naamregisters zijn voornamelijk (maar niet uitsluitend) aangelegd naar aanleiding van de manumissies van slaafgemaakten. Een manumissie was de juridische term voor de vrijlating. Omdat de slaafgemaakten vaak pas bij een vrijlating een achternaam kregen toegekend zijn deze naamregisters een zeer waardevolle bron voor genealogisch onderzoek naar slaafgemaakte voorouders. Omdat de eigenaren van de slaafgemaakten ook vermeld worden, vormen de naamregisters ook een goede bron om slaveneigenaren op het spoor te komen.

Met uitzondering van het register over Nederlands-Indië verwijzen alle andere registers naar Suriname en de Antillen. Het gaat om registers uit de negentiende eeuw, met uitzondering van de namenlijst ‘Curaçao: Vrij van Slavernij (manumissies) 1722-1863’ en ‘Suriname: Vrijgelaten slaven (manumissies) 1722-1863’. Deze naamregisters zijn geïndiceerd en doorzoekbaar gemaakt. Vaak staat bij de namen van de eigenaren ook de plaats van herkomst vermeld.

Dit lijkt voornamelijk het geval te zijn in de lijst ‘Suriname en de Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde tot slaaf gemaakten (Emancipatie 1863)’. Deze lijst is onderdeel van het Compensatiedossier 1863. Voorafgaand aan de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen in dat jaar had de Nederlandse overheid een overzicht gemaakt van zowel de vrijverklaarde slaafgemaakten als hun voormalige eigenaren. Op basis van dit overzicht konden de voormalige eigenaren aanspraak maken op een vergoeding van driehonderd gulden per slaafgemaakte. Alle slaafgemaakten die nog op de plantages leefden in 1863 staan met hun voornaam en achternaam vermeld in dit compensatiedossier.

Zoeken naar naar inwoners

Tot slaaf gemaakten die hun vrijheid kregen werden inwoners van de koloniën. Ze kunnen gezocht worden op dezelfde manier waarop gezocht kan worden naar Drentse inwoners van deze eilanden.